St.Vincentiuskerk Deursen

onbekende en Judith


Plaats in de kerk: schip, links
Raymundus van Bergen, 1921-1925, gewijzigd 1969

De afbeelding Deze vrouwelijke heilige, met een lichtkrans om haar gesluierd hoofd, houdt haar ogen gericht op de verte. Toch is haar blik naar binnen gekeerd, alsof zij mediteert. De handen heeft zij gevouwen voor haar borst. Het is een vrouw van middelbare leeftijd. Er zijn geen attributen afgebeeld die op martelaarschap wijzen. Een brede, blauwgroene mantel is gedrapeerd over het bovendeel van haar bruinachtige gewaad, dat haar voeten volledig bedekt. Om haar hals heeft zij een lila sjaal.

Het verhaal

De jonge weduwe Judith woont in de stad Betulia, die wordt aangevallen door de Assyriƫrs. Het volk raakt uitgeput en gedemoraliseerd en moet zich bijna gewonnen geven, maar dankzij een list van Judith nemen de gebeurtenissen een onverwachte wending.

Ze doet haar mooiste kleren aan. Vervolgens begeeft zich met haar slavin binnen de vijandelijke linies en zegt dat ze is gevlucht en inlichtingen wil verschaffen. Holofernes, de opperbevelhebber van het Assyrische leger, raakt onder de indruk van haar schoonheid en wijsheid.

Enkele dagen later, als hij Judith na een feestmaal wil verleiden, valt Holofernes dronken in slaap. Judith grijpt haar kans en onthoofdt hem met zijn eigen zwaard. Haar slavin staat klaar met een zak om het hoofd in te doen en vlug keren ze terug naar Betulia. De Assyriƫrs slaan in paniek op de vlucht.

Judith wordt in de kunst afgebeeld met het hoofd van Holofernes, soms als voorafbeelding van Maria die het kwaad overwint.

De afbeelding

Judith, de jonge koningsdochter, staat hier zelfbewust met een zwaard in haar handen. De punt wijst naar de grond, waar het afgeslagen hoofd van Holofernes ligt. Alle kleur is uit het hoofd weggetrokken. Het zwaard is vaak een attribuut van martelaren, maar hier is het een overwinningssymbool. De heldhaftige vrouw is rijk gekleed en op haar donkere lange lokken rust een gouden kroontje.

volgende : onbekende heilige en Agnes
vorige : laat de kinderen tot mij komen