Maria Magdalena, Geffen

doopramen


       

Plaats in de kerk : de doopkapel, links in de kerk
Atelier Pierre van Rossum, ca. 1948 (?)

Het verhaal

De doop is een van de zeven ‘sacramenten’ van de Katholieke Kerk. (Sacramenten zijn rituele handelingen waarbij Gods genade over de mens komt.) Bij het doopsel wordt de dopeling met gewijd water overgoten, waardoor hij/zij lid wordt van de Kerk, de gemeenschap van gedoopten. Door het sacrament van het doopsel begint de dopeling een nieuw leven in Christus en wordt hij verlost van de erfzonde.

de afbeelding

Opvallend zijn de nadrukkelijke letters met contour. Verdeeld over drie eenvoudige spitsboogramen vormen ze de tekst die wordt uitgesproken bij de doop: “Ik doop u in de naam van de Vader, den Zoon en den H. Geest.” De woorden ‘Vader’, ‘Zoon’ en ‘Heilige Geest’ refereren tezamen met een drietal vroegchristelijke symbolen aan de goddelijke Drie-eenheid.

Op het eerste raam is een uit de hemel reikende hand zichtbaar, symbool van God de Vader.

Het tweede raam wordt bepaald door een rood Christusmonogram, bestaande uit de eerste twee letters van Christus’ naam in het Grieks: X (Chi) en P (Rho). Het monogram valt hier samen met een kruis.

Het derde raam symboliseert een witte duif de Heilige Geest. Een vis – hier gecombineerd met blauwe golven en een rood kruisje – houdt verband met het water van de doop, maar is tegelijk een heel oud Christussymbool, dat al voor kwam in de catacomben (ondergrondse begraafplaatsen van de eerste christenen) te Rome. Het Griekse woord voor vis is ‘ichtus’. Dat kan een contractie zijn van I(esus) Ch(ris)tus of een afkorting van het Grieks voor ‘Jezus Christus Zoon van God’.

De glazenier heeft overvloedig gebruikgemaakt van grisaille om het glasoppervlak te verlevendigen en het invallende licht te temperen.

meer informatie :

volgende :Laatste Avondmaal
vorige : de glazenier