H. Nicolaas
Plaats in de kerk : apsis priesterkoor, rechtervenster, onder, rechter persoon
Atelier F. Nicolas en Zonen, 1910 (?)
Het verhaal
Er zijn weinig historische gegevens over Nicolaas bekend. Een van de bronnen vermeldt dat hij een zoon was van welgestelde, zeer gelovige ouders. Aan de kleine Nicolaas werden al vanaf zijn geboorte wonderen toegeschreven (zo zou hij op vastendagen de moederborst hebben geweigerd) en het was al snel duidelijk dat hij zijn leven in dienst van God zou stellen.
In de eerste helft van de vierde eeuw was hij bisschop van Myra. Dit was toen de hoofdplaats van Lycië in Klein-Azië, nabij het huidige Demre in het zuidwesten van Turkije.
Na zijn dood in 342 of 352 kreeg Nicolaas een laatste rustplaats in een sarcofaag (een stenen doodskist) in zijn kerk te Myra. Zijn verering kwam in het Oosten vanaf de zesde eeuw op gang, in het Westen enkele eeuwen later.
Nadat Turkije in 1071 was veroverd door de islamieten, mochten de christenen niet langer in het openbaar hun godsdienst belijden. In 1087 werden de relieken van Nicolaas overgebracht naar Bari, een kustplaats in het zuiden van Italië, waar speciaal voor hem een kerk werd gebouwd.
Sint Nicolaas is een van de populairste heiligen en hij wordt over de hele wereld vereerd, in het westen als kindervriend (Sinterklaas) en in het oosten als wonderdoener.
Hij is de beschermer van onder andere schippers en matrozen, wat hem tot patroonheilige van nogal wat oude havensteden heeft gemaakt, zoals Amsterdam. Volgens de legende zorgde hij ervoor dat een storm ging liggen, zodat zeelieden van de verdrinkingsdood werden gered.
De afbeelding
Nicolaas, met lange witte baard, is als een bisschop op leeftijd voorgesteld. Hij draagt een kazuifel met daaroverheen een pallium (van de schouders afhangende band met zes kruisjes). De bisschopsstaf leunt tegen zijn linkerschouder. Aan zijn goudkleurige mijter zijn twee linten bevestigd die over zijn schouders hangen.
Op zijn linkerhand rust een boek met drie ballen erop (oorspronkelijk goudklompjes of geldbuidels). Dit attribuut herinnert aan Nicolaas rol als weldoener en brenger van geschenken: hij wierp een bruidschat door het venster bij drie arme meisjes en behoedde hen daarmee voor een erbarmelijk leven in prostitutie of slavernij.
Van de geldbuidels die door een open raam werden gegooid, wordt gezegd dat ze in de schoenen terecht kwamen die voor de haard stonden te drogen. Dit verhaal verklaart het strooigoed en het zetten van de schoen bij het Sinterklaasfeest. Ook de chocolademunten die soms deel uitmaken van het strooigoed, gaan op dit verhaal terug.
De bisschop kijkt en gebaart naar beneden, waar twee kinderen in een houten kuip zitten. Ze kijken naar hem op. Nicolaas heeft de kinderen tot leven gewekt, nadat een herbergier ze had vermoord en ingepekeld. In de legende gaat het om drie in plaats van twee kinderen. Er zijn varianten waarin Nicolaas niet drie kinderen, maar drie studenten of soldaten redt.
Op het raam wordt Nicolaas geschreven als Nicolaus.
meer informatie :
volgende : Zeven Eeuwen
vorige : H. Henricus