St. Lambertus Gemonde

de verrijzenis


Plaats in de kerk: apsis priesterkoor, tweede venster van rechts
Wilhelm Derix, Goch, Duitsland, 1926-1927

Het verhaal

Maria Magdalena is de eerste die ontdekt dat Jezus’ graf leeg is en ze denkt dat het lichaam is weggehaald. In het evangelie van Johannes staat dat zij bij het graf een onbekende man aantreft, die ze voor de tuinman houdt. Pas als hij haar aanspreekt, herkent zij Jezus. Hij geeft haar de opdracht aan de andere volgelingen te vertellen dat hij uit de dood is opgestaan. Hierna zal Jezus nog een aantal keren verschijnen alvorens naar de hemel op te stijgen.

Alle vier de evangelisten vertellen, met variaties, het verhaal van het lege graf. De feitelijke opstanding uit het graf, drie dagen na de kruisiging, wordt niet beschreven en daarom aanvankelijk ook niet verbeeld in kunstwerken.

Vanaf ca. 1300 komt hier verandering in. Er ontstaan kunstwerken van de verrezen Christus, staande in het graf of er vlak boven zwevend met in zijn hand een kruisvaandel.

De verrijzenis speelt een centrale rol in het christelijk geloof en wordt jaarlijks herdacht tijdens het paasfeest.

De afbeelding

Jezus verrijst uit het graf, gehuld in een vuurrood kleed, geen witte lijkwade. Zijn borst is gedeeltelijk ontbloot. De kruisnimbus rond zijn hoofd duidt op zijn hoofdrol in het christendom; heiligen hebben ook een nimbus, maar zonder het kruis.

Zijn rechterhand heft hij op, zodat de wond in de handpalm goed zichtbaar is. Het is alsof hij hiermee wil zeggen: ja, ik ben de gekruisigde. Ook de wonden op zijn linkerhand en rechtervoet zijn afgebeeld.

Jezus houdt in zijn linkerhand een staf met kruisvaan vast. Dit is een verwijzing naar het lijden aan het kruis, maar hier toch vooral een teken van triomf over de dood. Dit vaandel is een vast attribuut bij verrijzenisscènes.

Een gehelmde soldaat, die het graf moet bewaken, zit op de grond en slaat verschrikt een arm voor zijn hoofd. De evangelist Matteüs schrijft dat de bewakers van het graf naar de stad gaan om de hogepriesters te vertellen wat ze hebben gezien. Ze krijgen de opdracht te liegen over het voorval: “Zeg maar: ‘Zijn leerlingen zijn ’s nachts gekomen en hebben hem heimelijk weggehaald toen wij sliepen.’ “

Een engel met veelkleurige vleugels staat rechts achter de soldaat. Hij houdt het opgetilde deksel van de grafzerk vast.

Onder de gebrandschilderde spitsboog boven het tafereel komt een hand als goddelijk teken uit een paars wolkje tevoorschijn. De hand is opgenomen in een symbolisch geheel, bestaande uit een stralende zon met rood kruis en ‘slingers’ van wolken.

Het Latijnse evangeliecitaat op het raam luidt: ‘SURREXIT DOMINUS VERE ALLELUJA’. (De Heer is waarlijk opgestaan, alleluja.)

meer informatie :

volgende : Pinksteren
vorige : het Laatste Avondmaal