St. Lambertus, Lith

Jezus sterft aan het kruis


Plaats in de kerk: priesterkoor, middenvenster
Atelier F. Nicolas en Zonen, ontwerper: Frans Thelen, 1901

Het verhaal

Jezus wordt aangeklaagd wegens godslastering en ondermijning van het religieuze gezag. Hij zou zich voor koning der joden hebben uitgegeven. De Romeinse stadhouder Pontius Pilatus, die in Jeruzalem is voor de joodse feestdag Pesach en over hem moet oordelen, ziet niet in wat Jezus verkeerd heeft gedaan en wil hem laten gaan. Maar het toegestroomde volk, onder invloed van hun geestelijke leiders, roept om zijn dood en krijgt ten slotte zijn zin.

Het schijnproces moet verhinderen dat het joodse volk in opstand komt tegen de Romeinse overheersing. Jezus wordt veroordeeld tot de dood aan het kruis, een gruwelijke en zeer oneervolle wijze om te sterven, ‘voorbehouden’ aan niet-Romeinen. Het vonnis wordt voltrokken op de berg Golgota, vlakbij Jeruzalem.

In het christendom is de kruisiging een zeer belangrijk motief. Door zich te laten kruisigen, maakt Jezus het mogelijk dat de mens verlost wordt en de hemel toegankelijk wordt voor wie op God vertrouwt. Het offer van Jezus’ lichaam en bloed wordt in de Katholieke Kerk herdacht in de eucharistie (het sacrament waarin Christus zijn lichaam en bloed aan de Kerk geeft: onder de gedaanten van brood en wijn is hij werkelijk aanwezig in de eucharistieviering).

De afbeelding

De gekruisigde Jezus is naakt, op een lendendoek na. Boven zijn hoofd met doornenkroon is een bordje op het kruis gespijkerd met de afkorting INRI (Iesus Nazarenis Rex Iudaeorum, Jezus van Nazareth, koning der joden). Dit is bedoeld als spotternij. Het onderschrift bij het tafereel luidt: ‘CONSUMMATUM EST’ (het is volbracht). Dit zijn de laatste woorden van Jezus voordat hij sterft.

Zoals gebruikelijk staan Maria (de moeder van Jezus) en Johannes (zijn jongste volgeling) aan weerszijden van het kruis. Aan de voet van het kruis is Jezus’ vriendin Maria Magdalena afgebeeld, als enige zonder nimbus (stralenkrans rond het hoofd als teken van heiligheid), mogelijkerwijs omdat zij hier vooral gezien wordt als boetvaardige zondares. Alle drie zijn ze rijk gekleed. De kleuren wijken enigszins af van wat gangbaar is. Maria draagt zoals gebruikelijk een blauw bovenkleed (hier bijna turquoise). Johannes draagt een rood onder- en wit bovenkleed; meestal is dat andersom.

De smart van Maria en Johannes blijkt niet zozeer uit hun gezichtsuitdrukkingen, die hoogstens ingehouden droefenis laten zien, maar veelmeer uit hun gebaren van hulpeloosheid. Maria Magdalena lijkt het meest aangedaan. Zij knielt en heeft haar armen vol overgave om de staande balk geslagen ter hoogte van Jezus’ voeten – de voeten die zij eerder zalfde.

Aan de voet van het kruis, grotendeels verscholen achter de draperieën van Maria Magdalena, ligt een schedel. Deze schedel duidt op de heuvel Golgota oftewel de Schedelplaats, waar Jezus is gekruisigd, maar verwijst ook naar de eerste mens Adam, die op deze plek begraven zou liggen. Adam bracht de erfzonde in de wereld, Jezus maakt met zijn kruisoffer toenadering tot God weer mogelijk. Hij wordt beschouwd als de ‘nieuwe Adam’.

De lucht is op dezelfde decoratieve wijze uitgewerkt als bij de andere apsisramen. Links zien we de zon en rechts de maan, allebei met menselijk gezicht. Het evangelie maakt melding van een verduistering van zon en maan bij het sterven van Jezus, symbolisch voor de droefenis die over de wereld kwam.

In de hoeken van het raam, boven en onder het kruistafereel, zijn de vier evangelisten – Marcus, Lucas, Matteüs, Johannes – afgebeeld, allen met een boek als attribuut, de bovenste twee bovendien met ganzenveer. Zij hebben het leven en de leer van Jezus op schrift gesteld in vier evangeliën, die tezamen met andere geschriften uit de begintijd van het christendom het Nieuwe Testament vormen.

Het tafereel heeft een architecturale omlijsting in gotische stijl.

meer informatie :

volgende : verrijzenis
vorige : Mozes in rieten mandje