broeder Everardus
Broeder Everardus wordt in 1868 als Jan Witte geboren in Hoorn. Als Jan tien jaar is, verhuist het gezin naar Alkmaar. Evenals zijn goede vriend Evert Rijkenberg wordt hij misdienaar in de Alkmaarse St.-Laurentiuskerk.
Jan Witte wil priester worden, maar studeren valt hem zwaar. Opleidingen aan het seminarie Hageveld in Heemstede en het gymnasium van de franciscanen in Venray worden afgebroken. Hij blijkt tekentalent te hebben en volgt vanaf 1886 in Alkmaar tekenles bij de kunstschilder Alexander Kläsener (1826-1912).
De wens om een religieus leven te leiden, laat de jonge Jan Witte niet los. Hij treedt in 1891 in bij de franciscanen in het klooster Alverna te Wijchen. Als kloosternaam kiest hij Everardus, een eerbetoon aan zijn vriend Evert Rijkenberg.
In 1899 legt Everardus zijn eerste professie af (de voorlopige eed van trouw aan de regels van de kloosterorde). Hij wordt dan tevens overgeplaatst naar het klooster in Megen.
In Megen is Everardus werkzaam als portier en huisschilder. Zijn artistieke talent zet hij in om schilderijen te maken voor de kloosterkerk. Dat doet hij ook voor de kerk van de clarissen. In 1902 legt hij zijn grote professie af, de definitieve eed van trouw aan de kloosterorde. Hij is werkzaam in de franciscanenkloosters te Woerden en Heerlen, maar keert uiteindelijk naar Megen terug.
In 1929 komt hij ernstig ten val en wordt daardoor invalide. Zijn invaliditeit aanvaardt hij deemoedig. Als portier van het klooster komt hij met veel mensen in contact. Hij heeft oprechte aandacht voor armlastigen en talent voor luisteren, bemoedigen en troosten. Hij staat bekend als iemand met een intensief gebedsleven. Zijn bijnaam luidt het heilig bruurke.
Broeder Everardus overlijdt in 1950. Onder uitzonderlijk grote belangstelling wordt hij op tweede kerstdag begraven op het kloosterkerkhof. Op het bidprentje wordt hij een levend gebed genoemd. De verering van broeder Everardus neemt een hoge vlucht, aangewakkerd door de nodige publiciteit in katholieke media. Vanwege de grote toeloop naar zijn graf wordt in 1953-1954 voor hem een grafkapel gebouwd.
Al spoedig worden de eerste gebedsverhoringen gemeld. Men stelt alles in het werk om Everardus Witte zalig te laten verklaren. Dit proces is in 1993 stopgezet.
meer informatie :
volgende : broeder Everardus in het klooster
vorige : de glazenier