Klooster Franciscanen Megen

Antonius van Padua


Antonius van Padua is een tijdgenoot en volgeling van Franciscus. Hij wordt in 1195 als Fernandez geboren in Lissabon. Op vijftienjarige leeftijd treedt hij toe tot de reguliere kanunniken van een augustijner klooster in zijn geboortestad. Het was in die tijd normaal dat gegoede jongemannen hun scholing kregen in kloosters. Zij volgden het dagritme van de kloosterlingen.

Reguliere kanunniken leven in een kloostergemeenschap, vaak volgens de regel van Augustinus. Seculiere kanunniken zijn verbonden aan een kapittel, het bestuurscollege van een kerk.

Als Fernandez in Coimbra verblijft in verband met een studie theologie, ontmoet hij broeders van de nieuwe orde van Franciscus uit Assisi. Hij sluit zich bij hen aan om te gaan prediken in Noord-Afrika. Voortaan noemt hij zich Antonius, naar de bekende derde- en vierde-eeuwse woestijnkluizenaar, beschermheilige van het klooster in Coimbra.

Ziekte dwingt Antonius naar Europa terug te keren. Het schijnt dat storm of schipbreuk hem in Sicilië doet belanden, waarvandaan hij verder reist naar Assisi. Hier ontmoet hij zijn grote voorbeeld Franciscus. Hij ontwikkelt zich tot een begenadigd prediker en docent theologie met grote kennis van het werk van Augustinus. De laatste jaren van zijn leven brengt hij door in Padua. Hij overlijdt in 1231 en wordt een jaar later al heilig verklaard.

Antonius van Padua wordt vaak afgebeeld met een kind op de arm. Volgens een legende heeft hij in zijn kamer een stralend visioen van het kind Jezus. Hij vraagt een ooggetuige er met niemand over te spreken, maar na zijn dood raakt het verhaal toch algemeen bekend. In de kunst heeft hij het kind op de arm, of het zit of staat op een boek.

Al 25 jaar na zijn dood krijgt Antonius grote bekendheid als patroon van verloren zaken. Een bekende volkse smeekbede luidt nu nog: ‘Heilige Antonius, beste vrind, maak dat ik mijn – hier wordt het verloren voorwerp genoemd – weer vind.’

meer informatie :

volgende : Symboolramen

vorige : de ramen