doopsel
Plaats in de kerk: priesterkoor, rechts, scène boven
Atelier F. Nicolas en Zonen, 1898-1899
Het raam bestaat uit twee scènes, omkaderd met gotische motieven. De scène onder, de verkenners van Kanaän, verwijst naar het sacrament van het doopsel, dat erboven is afgebeeld. De rest van het raam bestaat uit ornamentvlakken.
Het verhaal
Het doopsel, het eerste sacrament ( * ), is binnen het christendom een initiatierite. De dopeling wordt overgoten met doopwater of erin ondergedompeld. Na het doopsel is men bevrijd van de erfzonde en opgenomen in de gemeenschap van gelovigen.
De Rooms-Katholieke en Oosters-Orthodoxe Kerk alsmede de meeste Protestantse Kerken kennen de kinderdoop, waarbij een kind zo vroeg mogelijk wordt gedoopt. In de Katholieke Kerk leefde de overtuiging dat een kind dat sterft voordat het gedoopt is, niet in de hemel kan komen. Een ongedoopt kind werd vroeger ook apart op het kerkhof begraven. De doop wordt door een priester uitgevoerd, maar in noodsituaties mag iedereen dopen.
De afbeelding
In het midden staat een marmeren doopvont. Links van de doopvont staat de peetmoeder met het kind op haar arm. De dopeling en de priester dragen witte kleding, symbool van vreugde en onschuld. Rechts staat de peetvader met de doopkaars (het licht dat door Christus wordt ontstoken).
De pasgeboren dopeling houdt zijn armpjes gekruist voor de borst. De priester giet het doopwater uit over het hoofdje van het kind. Hij spreekt hierbij de woorden: Ik doop u in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. De peetmoeder en -vader zijn de doopgetuigen; zij beloven de ouders bij te staan in de geloofsopvoeding van het kind mocht dat nodig zijn.
Links achter de peetmoeder is een knielende vrouw half zichtbaar, wellicht de moeder van het kind.
meer informatie :
volgende : de verkenners
vorige : biecht