Boterkerkje / Mariakapel, Oirschot

het raam


Plaats in de kerk: apsis
Ontwerp en uitvoering: Jan Kooijman

Tijdens een Avondmaaldienst komt glazenier ir. J. Kooijman op het idee, dat het wit-beglaasde venster achter de kansel kleur zou moeten krijgen. Hij ontwerpt een voorstelling, waarin ook Maria, moeder van Jezus, een plek inneemt. Zo brengt de kunstenaar Maria weer terug in de oorspronkelijk katholieke Mariakerk.

Het raam bevat in symbolen de schepping van het heelal en de geschiedenis van de mensheid vanaf het paradijs, via de zondeval naar de verlossing door de kruisdood van Jezus Christus. De toegepaste symbolen in de raamvoorstelling zijn bijna alle ontleend aan de Bijbeldelen Openbaringen 2 en 3.

Boven in de romaanse ronding van het raam zijn in het hemelgewelf zon, maan en planeet te zien. De roterende beweging duidt de schepping aan en de drie rondingen staan symbool voor de goddelijke Drie-eenheid: God de Vader, Gods Zoon Jezus Christus en de Heilige Geest.

Geheel rechts is Maria zichtbaar. Zij heeft haar ogen neergeslagen en lijkt te lezen in een gebedenboek. Haar haren zijn bedekt door een gouden sluier en haar hoofd is bekranst door een stralend gele nimbus. Een tipje van haar blauwe overkleed komt nog tevoorschijn in het beeld. Haar gezicht is gekeerd naar een vuurrood kruis. Het symbool van de verlossing-brengende kruisdood van haar zoon Jezus.

Ter hoogte van de dwarsbalk van het kruis zijn de Griekse eerste en laatste letter van het alfabet te lezen: alpha en omega . Deze twee tekens willen het voor de mens onbegrijpelijke begin en het mysterieuze einde van de schepping uitdrukken. De twee vuur-vlammende ogen worden eveneens vermeld, zijnde de ogen van Gods Zoon Jezus. De zeven sterren zijn de sterren, die hij in zijn hand houdt, aldus Openbaringen 2.

Links op dit raamdeel is de Kroon des Levens beeldgegeven; rechts de witte klederen die gedragen mogen worden door hen die waardig bevonden zijn om met Gods Zoon mee te wandelen. Zie Openbaringen 3.

Aan de voet van het kruis branden zeven kaarsen; zeven is het heilige getal. De kaarsen worden ontstoken in de erediensten. Het vuur als louterend symbool. De gouden bokaal en het brood die een belangrijke plaats innemen tijdens de Avondmaaldienst. Hiermee wordt het Laatste Avondmaal herdacht, waarbij Jezus en zijn discipelen brood en wijn met elkaar deelden. Brood als symbool voor het lichaam en wijn als het bloed van Jezus, die zich offerde voor het zielenheil van de mensheid.

De sleutel die in het raamsegment onder het kruis ligt, wijst volgens de kunstenaar op de tekst in Openbaringen 3:7. Het wordt daar de sleutel van David genoemd die de macht heeft te openen en te sluiten. In het Nieuwe Testament ontvangt Petrus de sleutel van de hemelpoort uit handen van Jezus.

De andere symbolen op de onderste delen van het raam refereren aan de verspreiding van het christelijk geloof over de hele wereld vanuit Israƫl. Symboliek van het kwaad, dat het tweesnijdend zwaard moet bestrijden; van de witte steen waarop een nieuwe naam staat geschreven, dat alleen de ontvanger kan lezen. Stenen die verbrijzeld worden door strijd. Het Maltezer Kruis, dat de strijd van de kruisvaarders ter verdediging van het christelijk geloof weergeeft.

meer informatie:

vorige : de glazenier