de Goede Herder
Plaats : boven de voordeur
Josef Menke, Goch
Het verhaal
Jezus wordt vaak de Goede Herder genoemd en al in de vroegste christelijke kunst als zodanig voorgesteld, bijvoorbeeld in de catacomben (onderaardse begraafplaatsen) te Rome. Zoals een goede herder zorg draagt voor alle dieren van zijn kudde, zo draagt Jezus zorg voor alle mensen.
De benaming goede herder komt uit het evangelie van Johannes, waarin Jezus zichzelf zo noemt. Zijn ideaal is één kudde, met één herder. In het evangelie van Lucas staat de gelijkenis van het verloren schaap, dat door de herder op zijn schouders wordt teruggebracht naar de kudde.
Het teruggevonden schaap symboliseert de boetvaardige zondaar en is daarom een toepasselijk thema naast het sacrament van de biecht. Wie verdwaald is, kan weer terugkeren in de kudde.
De afbeelding
Het rode overkleed van de herder Jezus vangt de aandacht. De schuin omhooglopende lijn ervan en de krul van de herdersstaf voeren de blik naar het gezicht van Jezus.
Het tafereel straalt rust uit. De schapen grazen in een rijk begroeid landschap rond de ongeschoeide voeten van hun hoeder. Het oudere lam blijft in de buurt van zijn moeder.
Het lammetje op de schouders van Jezus is het afgedwaalde dier uit het verhaal. Aan weerszijden van de afbeelding is een krullend banier aangebracht. Op de linker staat de tekst PAX INTRANTIBUS, dat Latijn is voor Vrede aan hen die binnenkomen. De rechterbanier geeft te lezen SALUS ABEUNTIBUS, Zegen aan hen die vertrekken.
De banieren zijn als kronkelige zuilen tussen twee gebrandschilderde, vierdelige blokken gezet. Een op zijn punt gezette ruitvorm maakt van de vier delen van elk blok een geheel.
meer informatie :
vorige : de glazenier
