Jezus wandelt over het water
Plaats in de kerk: de kooromgang van de apsis; linkerraam, rechtsboven
Henri Redig, 1877
Het verhaal
Na een lange dag, waarop Jezus zijn heilsboodschap aan een menigte van duizenden mensen verkondigd heeft, geeft hij zijn leerlingen opdracht in de boot te stappen en alvast naar de overkant te varen. Hij zal zich bij hen voegen, zodra hij de menigte weggestuurd zal hebben.
Dat gedaan hebbend ging hij eerst nog de berg op om in afzondering te bidden tot het nacht wordt. De boot met de leerlingen intussen ondervindt urenlang hinder van veel tegenwind en hoge golven.Tegen de morgen zien ze een gedaante over het water naar hen toelopen. Ze raken in paniek van schrik. Zij horen de bekende stem van Jezus zeggen: Blijf kalm! Ik ben het, wees niet bang! Petrus antwoordt ongelovig: Heer, als u het bent, zeg me dan dat ik over het water naar u toe moet komen. Jezus zegt: Kom! Dat doet Petrus; hij stapt uit de boot en loopt over het water naar Jezus toe. Een rukwind doet hem twijfelen, daardoor dreigt hij te zinken en roept: Heer, red me! Meteen grijpt Jezus hem vast en zegt: Waarom twijfel je aan mij?
Als zij samen de boot zijn ingestapt, gaat de wind weer liggen, De leerlingen betuigen hun geloof in Jezus met de woorden: U bent werkelijk Gods Zoon!
De afbeelding
Hier staat Jezus, staand op de golven van het meer van Galilea, te wachten op Petrus. Deze is door het moment van twijfel tot zijn dijen weggezonken in het water. Hij strekt zijn armen uit naar Jezus om houvast te krijgen. Jezus kijkt enigszins bestraffend neer op Petrus. Zijn rechterhand maakt een vermanend gebaar: duim en twee vingers gestrekt, de andere twee gebogen. Een karakteristiek gebaar, dat veelvuldig voorkomt in afbeeldingen van Jezus. In de boot zelf, achter hen beiden, rollen andere apostelen het zeil op, dat klappert in de stormachtige wind.
meer informatie :
volgende : De voetwassing
vorige : Hemelvaart