de verering van St. Joris
Georgius, in de volksmond bekend als Joris, is een edelman uit Kappadocië, een streek in het huidige Turkije. Hij is soldaat in het leger van de Romeinse keizer Diocletianus (242 316) en staat in hoog aanzien.
Onder het bewind van Diocletianus worden de christenen vervolgd, gemarteld bij volharding in hun geloof en tenslotte afgeslacht. Georgius is zeer ontdaan hierover. Hij besluit zijn ridderuitrusting af te leggen en zijn bezittingen aan de armen te schenken. Hij begeeft zich op het pad van vurig voorvechter van het christelijk geloof. Hij verkondigt dat alle heidense goden afgoden zijn en boze geesten. Dat er maar één God bestaat, die hemel en aarde geschapen heeft.
Deze uitspraken leiden ertoe, dat Georgius gevangengenomen wordt en zwaar gemarteld. Hij doorstaat alle martelingen en blijft zijn geloof luidkeels verkondigen. Uiteindelijk wordt hij door het zwaard onthoofd in het jaar 303.
Er bestaan meerdere legendes rondom Georgius. In elke legende is sprake van zijn standvastigheid in het christelijk geloof en dat hij, ondanks de gruwelijkste martelingen, hier niet van af te brengen is. Ook wordt in de verhalen zijn strijdvaardigheid tegen het kwaad belicht. Als koene ridder gaat hij dit te lijf.
De legende over Sint Joris en De Draak
Op een dag komt Sint Joris in de stad Silena in Lybië, aan een groot meer gelegen. Hierin woont een giftige draak die telkens onder aan de stadsmuren verschijnt en zijn giftige dampen uitademt. Bestrijding met wapens helpt niet. Daarom voert de bevolking de draak elke dag twee schapen. De kudde schapen raakt zo uitgedund, dat men elke dag één schaap en één jonge man of vrouw, offert, die door loting aangewezen wordt.
Op een dag valt het lot op de koningsdochter, tot groot verdriet van de koning. Zij nemen innig bedroefd afscheid van elkaar. Bij het meer aangekomen passeert Sint Joris en vraagt de prinses, waarom zij zo huilt. Dat vertelt zij hem. Sint Joris zegt: Ik zal je helpen in de naam van Christus. Hij slaat een kruisteken als hij de naderende draak ziet aankomen. Uit alle macht heft hij zijn lans en geeft de draak een zeer harde klap. Hij gebiedt de prinses haar ceintuur om de nek van de versufte draak te gooien. Deze loopt als mak schaap mee met hen beiden.
Dit ziende wil de stadsbevolking wegvluchten, maar Sint Joris brengt hen tot bedaren. Hij zegt: God heeft mij hierheen gezonden om u te verlossen van de draak. God vraagt nu van u in Hem te geloven en u te laten dopen. Dat gebeurt. Vervolgens trekt Sint Joris zijn zwaard en doodt de draak.
meer informatie:
volgende : Elizabeth van Thüringen
vorige : de glazenier van de kapel