Mozes slaat water uit rots
Plaats in de kerk : rechts in middenschip derde raam linkerdeel
Ontwerp : Jules Rummens; uitvoering Atelier Soentjes
Het verhaal
De tocht van het joodse volk vanuit ballingschap in Egypte voert door de woestijn naar het Beloofde Land en duurt veertig jaar. Mozes is hun leider. Deze tocht wordt gekenmerkt door veel ontberingen, onenigheden, ergernissen. De tenten worden na een lange dag opgeslagen.
Er blijkt geen water te zijn op die plek. Het volk keert zich tegen Mozes en verwijt hem dat ze niet in Egypte gebleven zijn. Daar hadden ze tenminste te eten en te drinken. Hier sterven we van de dorst, wij, onze kinderen en ons vee. Mozes trekt zich terug om te bidden en vraagt God: Help ons! God geeft Mozes opdracht om naar de rivier de Nijl te gaan. Sla met uw staf op het water en ga met de stamoudsten naar de rots bij de Horeb. Sla met je staf op deze rots en er zal water uit stromen.
De afbeelding
Eindelijk water! In overvloed gutst het uit de rots en valt in een brede waterval waarbij het zich gulpend uitspreidt over de grond. Mozes heeft zijn staf na de slag op de rots amper teruggetrokken. Mozes is duidelijk herkenbaar. Meestal wordt hij afgebeeld met twee hoornachtige uitwassen op zijn voorhoofd. Dit is het gevolg van een niet-correcte vertaling uit het Hebreeuws, waarin geschreven staat, dat Mozes van de berg afdaalde met stralen rond zijn hoofd na een ontmoeting met Jahweh, zijn God. Hier zijn het hoornachtige stralen.
Mozes, een oudere man met weelderig haar en baard staat hier links. Zijn ontblote armen zijn gespierd. In de woestijn is het warm. Zijn goudgeel gevoerde schoudermantel heeft hij rond zijn borstpartij geknoopt. Zijn broek laat zijn onderbenen vrij waar omheen de linten van zijn schoeisel zijn gekruist. Met zijn linkerhand nodigt hij het volk uit zich te laven aan de bron. Voor Mozes steekt een jongetje zijn vinger in het vallende water, alsof dit voor hem onbekend is. Het kind ziet er goedgekleed uit; zijn lichtkleurige kledij is zelfs versierd met een gouden tailleband. De op doortocht reizende Joden komen toegesneld met hun waterkruiken, hun drinkbekers, hun waterkannen. Er is enig gedrang, maar ieder wacht op zijn of haar beurt.Vooraan zet een vrouw twee grote, donkergroene waterkruiken onder de waterval. De man achter haar kan nauwelijks zijn beurt afwachten. Of wil hij haar behulpzaam zijn?
Opvallend zijn de rijke kleding en kledingattributen; dit in tegenstelling tot de eenvoudige van Mozes. Rechtsboven in het rechterdeel lijkt een kruis te staan met op de dwarsbalk rechts een afhangend windsel.
In de spits tussen de twee raamdelen in is een engelgezicht te zien met geopende mond en een lijdzame blik in de grote ogen.
meer informatie :
volgende : Bernadette ontsluit heilzame bron
vorige : verschijning van Maria