Anna te drieën

Anna ten drieën


Plaats in de kerk: vierde raam met afbeelding, boven links
Ontwerp: Jozef Duffhauss, 1959

Het verhaal

Het verhaal over Joachim en Anna is pas in de tweede eeuw opgetekend in zogeheten apocriefe boeken (niet officieel door de Kerk erkende evangelieteksten). Joachim en Anna zijn de ouders van Maria en de grootouders van Jezus. Joachim en Anna zijn gehuwd, maar kinderloos. Zij leven helemaal volgens de Wet van God.

Toch wordt het offer van Joachim in de tempel geweigerd, omdat hij geen kinderen heeft. Vervuld van schaamte vlucht Joachim met zijn kudde de woestijn in. Anna denkt dat hij dood is. Ze doet haar beklag bij God en vraagt om een kind. Haar gebed wordt verhoord. Tegelijkertijd krijgt Joachim van een engel te horen dat Anna in verwachting is. Hij keert met zijn kudde terug en ontmoet zijn vrouw bij de Gouden Poort in Jeruzalem. Anna schenkt het leven aan een meisje: Maria.

Volgens de legende wordt Maria door haar ouders op driejarige leeftijd in de tempel aan God opgedragen. Dat houdt in dat zij niet meer bij hen zal wonen.

De verering van Anna begint in de vijfde of zesde eeuw in het Midden-Oosten en komt al spoedig naar het Westen. Zij bereikt haar hoogtepunt in de vijftiende en zestiende eeuw, en is populair in de Nederlanden. In die tijd ontstaat de ‘Anna te Drieën’, drie generaties samengebracht in één beeld. Heel bijzonder is deze variant: Anna draagt op haar arm of schoot Maria, die op haar beurt het kindje Jezus vasthoudt. Het attribuut van Anna is een boek (de Bijbel) of een vrucht, meestal een druiventros, die ze Jezus voorhoudt.

Er zijn veel kerken en kapellen gewijd aan Anna, onder andere de St.-Annakapel aan de Kapelweg 30 in Best. Zij wordt vooral aangeroepen door vrouwen die een man zoeken of problemen hebben om zwanger te worden.

De afbeelding

In het raam links is verticaal de naam H. ANNA aangebracht. De afbeelding toont niet alleen Anna; ook haar dochter Maria en haar kleinzoon Jezus. De ronding van de bruingelige nimbus van Anna wordt meerdere malen herhaald in de afbeel - ding. De rode sluier valt rondom Anna’s gezicht. Haar linkerschouder, rechts op het raam, maakt een halve cirkel met de gebogen elleboog. Haar rechterarm is moederlijk beschermend gerond om de schouder van haar dochter.

De ene arm van Maria is gekromd om het lijfje van haar kind Jezus; de andere rondt zij om de rug en billetjes van hem. Ook haar neigend hoofd, de ogen gericht op haar kind, vormt een ronding. Maria draagt een smalle bruin- en goudkleurige sjaal, lijkend op een draagdoek. Haar nimbus is transparant weergegeven, zodat de rode japon van Anna niet aan het oog van de toeschouwer onttrokken wordt.

De neervallende plooien van Maria’s blauwe gewaad vormen een ronding tot op de vloer. Ronde vormen worden in de beeldtaal vaak vrouwelijk genoemd. Aan het vrouwelijke wordt de eigenschap van omarmende bescherming toegekend.

Van het kind Jezus is alleen zijn nimbus opvallend in kleur. Het is de nimbus van de verrezen Christus: door een kruis doorsneden.

Rechts onderin staat de signatuur van de ontwerper Jozef Duffhauss en het jaartaal: JD. 1959.

meer informatie

volgende : Jozef en Petrus

vorige : Magdalena