Best Antonius

Vier aanbiddende engelen


Plaats in de kerk: in de apsis of priesterkoor
Ontwerp en uitvoering: Pierre van Rossum, 1949-1950

Het verhaal

De ramen in het priesterkoor van de kerk stellen vier aanbiddende engelen voor. Geen wierookvaten, geen banderollen met teksten, geen harpen en citers, alleen maar ingetogen, aanbiddende engelen. Houding, uitdrukking en handgebaar spreken van eerbied en aanbidding. De engelen moeten ons er steeds aan herinneren, dat door Gods tegenwoordigheid het kerkgebouw een stukje hemel is. Aldus pastoor Duffhauss in zijn Memoriale.

Engelen zijn volgens de katholieke leer onstoffelijke, zuivere geesten. Zij zijn afgezanten van God en dienaren voor zijn troon. Volgens de Bijbel verschenen ze ook in menselijke gestalte, maar dat maakte hen nog niet lichamelijk. Engelen worden bijna altijd voorgesteld als gevleugelde jongelingen, blootsvoets en gekleed in een lang gewaad.

In de verhalen zijn zij de schakel tussen het hemelse, de godheid, en het aardse, de mensheid. Als bodes die tussen hemel en aarde heen en weer vliegen, brengen zij heilige boodschappen naar de mensen.

De afbeelding eerste van links

Zonder een extra attribuut zweeft hier de engel tegen een lichtgetinte achtergrond van glas in lood. Zijn vleugels steken puntig recht omhoog. Ze zijn kleurrijk, zelfs feestelijk afgebeeld, doorgaans niet gebruikelijk voor engelenvleugels. De opgeheven rechterhand maakt een zegenend of geruststellend gebaar. De linkerhand gaat schuil tussen de plooien van zijn gewaad. Kunstig gedrapeerd vallen verschillende kledingstukken om het lichaam. Het onderkleed is lichtblauw. Rond de heupen is een goudkleurige doek gewonden. Daaroverheen een met blauw-en-groene toets bewerkte roodkleurige doek welke over de voeten valt. Het hoofd van de engel is bedekt met een goudgele hoofdsluier waarvan de uiteinden over de schouders vallen. Onder de hoofdbedekking uit valt een donkere haarlok op de rechterschouder.

volgende : Theesia van Lisieux

vorige : verloving Jozef en Maria