Verloving Maria en Jozef
Plaats in de kerk: boven rechterzijaltaar
Ontwerp en uitvoering: Pierre van Rossum, 1950
Het verhaal
De verloving van Jozef en Maria is beschreven in apocriefe teksten (niet behorend tot de canon van de Bijbel) en in de Legenda Aurea (middeleeuws boek met heiligenlevens).
Jozef wordt als huwelijkspartner uitverkoren uit een aantal mannen, omdat uit zijn tak een bloem groeit en een duif tevoorschijn komt, tekens van God.
Een jonge vrouw op weg, Maria, haar verloofde tegemoet. Haar houding straalt beweging uit: ze heeft zojuist haar, geschoeide, linkervoet voorwaarts gezet en zet de rechter af om deze voor de andere te zetten. Haar rechterarm zwaait mee. Met haar linkerhand houdt zij haar hoofdsluier vast om te voorkomen dat deze in de vaart losschiet. Haar omslagdoek is door de snelle loopbeweging van haar schouders afgegleden. De aanstaande bruid Maria kijkt nieuwsgierig, verwachtingsvol, met de ogen wijd open.
Het tafereel speelt zich af in een achtergrond van rood- roze fragmenten welke afgewisseld worden door groene en blauwe.
Onder de hak van Marias rechterschoen is van boven naar beneden lezend de naam Toos te zien, vermoedelijk de naam van een schenkster.
Hier staat een bebaarde volwassen man en met lange haarlokken, Jozef. Hij steekt zijn beide handen uit naar de hem tegemoetkomende Maria, zijn verloofde. Hij heeft een serieuze blik in de ogen, onder de indruk van de ontmoeting. Hij is blootsvoets. Over zijn chique, groene gewaad heeft hij een witte heupdoek gedrapeerd.
Jozef staat tegen een rood-roze achtergrond waarin niet alleen enkele groene, maar voornamelijk blauwe toetsen zijn aangebracht.
Rechtsonder in het raam is de naam KEES verwerkt, vermoedelijk de naam van een schenker.
meer informatie :
volgende : vier aanbiddende engelen
vorige : Annunciatie