Jacobus de Meerdere, Den Dungen<

de Jacobusschrijn


Plaats in de kerk: apsis priesterkoor
F. Nicolas & Zonen, ca 1929

Het verhaal

In 1878 gaan archeologen achter het hoofdaltaar van de kathedraal van Santiago de Compostella graven in de hoop de stoffelijke resten te vinden van Jacobus en zijn leerlingen Athanasius en Theodorus.

In 1588 zouden hun skeletten volgens de overlevering daar zijn verstopt in verband met een dreigende invasie van Engelse en Hollandse troepen. Nadat het gevaar is geweken, wordt het gebeente echter niet teruggeplaatst op de oorspronkelijk plek onder het hoofdaltaar, misschien ook om te beletten dat de koningen van Spanje het naar Madrid zouden overbrengen. Zo raken de relieken eeuwenlang in de vergetelheid.

Op 28 januari 1879 worden drie vrijwel volledige skeletten opgegraven. In 1883 verklaart de aartsbisschop van Compostella na uitvoerig onderzoek dat het hier om het gebeente van de apostel en zijn twee leerlingen gaat. Aansluitend eist Paus Leo XIII nog nader onderzoek en daaruit blijkt dat een Jacobus-reliek in het Italiaanse Pistoia aansluit bij een van de teruggevonden skeletten. In zijn bul ‘Omnipotens Deus’ bevestigt hij vervolgens dat de opgegraven skeletten authentieke resten van Jacobus, Athanasius en Theodorus zijn.

De schrijn met het lichaam van de H. Jacobus de Meerdere wordt in 1891 overgebracht naar de kathedraal en daar opgesteld in een crypte. De paus roept gelovigen uit alle windstreken op tot een pelgrimage naar Santiago de Compostella, ‘volgens de gewoonte van onze voorvaderen’.

De afbeelding

We zien hoe de zilveren schrijn (kist voor relieken) van Jacobus de Meerdere in processie naar de kathedraal wordt gebracht. Geestelijken en gegoede burgers dragen de baar. Zowel de met beeldjes versierde schrijn als de ingang van de kathedraal zijn werkelijkheidsgetrouw weergegeven. Meteen achter de dragers volgt een priester met een kaars, daarna het volk in een lange stoet. Enkele omstanders knielen eerbiedig.

De scène is in een rijkversierde omlijsting gevat. In de decoratieve zone onderaan bevindt zich een onderschrift: ‘Het lichaam van den heiligen Jacobus den Ouderen wordt de metropolitaankerk van Santiago de Compostella binnengedragen’.

Centraal boven het tafereel herkennen we het gekroonde stadswapen van Santiago de Compostella, samengesteld uit tien kleinere wapens. Hierboven zijn twee heiligen weergegeven: links Ferdinand (1198-1282), bekend van de ‘reconquista’ (de herovering van Córdoba, Sevilla en Cádiz op de Moren), en rechts de kerkleraar Isidorus van Sevilla (ca. 560-636), aartsbisschop van Sevilla en patroonheilige van Spanje.

Langs de benedenrand een aanroeping: ‘H. Jacobus bescherm de parochie’.

meer informatie :

volgende : de apostel Paulus
vorige : de marteldood van Jacobus de Meerdere