Het Oude Klooster, Geffen

Augustinus


Plaats in de kapel: eerste raam rechts
Jos Menke Glasmalerei Goch,1929

Het verhaal

Augustinus van Hippo (354-430) is de belangrijkste kerkvader van het Westen. Zijn preken en geschriften hebben een grote bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van de katholieke leer inzake de Drie-eenheid, het kwaad, de verlossing, de sacramenten en het kerkelijk ambt. Zijn bekendste boek is getiteld ‘Confessiones’ (Belijdenissen), waarin hij onder meer beschrijft hoe zijn relatie tot God zich heeft ontwikkeld.

Augustinus heeft geleefd in de West-Romeinse provincie Africa (gebied in Algerije en Tunesië). Tot verdriet van zijn moeder Monica (die ook heilig is verklaard) maakt hij zich in zijn jonge jaren los van het christendom. Na zijn filosofiestudie wordt hij docent, eerst in Noord-Afrika, later in Rome en Milaan. In die laatste stad hervindt hij onder invloed van bisschop Ambrosius zijn christelijk geloof. Na in 387 te zijn gedoopt, keert hij terug naar zijn geboortestreek.

Acht jaar later wordt hij benoemd tot bisschop van Hippo (tegenwoordig Annaba, Algerije) en dat ambt bekleedt hij tot zijn dood in 430.

Het gebrandschilderde raam heeft een bekende legende tot onderwerp, die vanaf de vijftiende eeuw in de kerkelijke kunst opduikt. Augustinus wandelt langs de zee, peinzend over het mysterie van de Drie-eenheid. Het mysterie van de H. Drie-eenheid is het fundamentele geloofsartikel van het christendom. Het leert dat er één goddelijke natuur is, bestaande uit drie goddelijke personen: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Zij zijn onscheidbaar verenigd.

De aandacht van Augustinus wordt getrokken door een spelend kind dat aldoor water uitgiet in een kuiltje op het strand. Als Augustinus het kind vraagt waar het toch mee bezig is, luidt het antwoord: “Ik probeer de zee in dit kuiltje over te scheppen.” Augustinus glimlacht en zegt dat dit nooit zal lukken, maar het kind dient hem gevat van repliek: “Evenmin kunnen wij mensen het grote mysterie bevatten van Gods Heilige Drie-eenheid.”

De afbeelding

Het kind heeft een kuiltje gegraven en giet er water in. Augustinus, in bisschoppelijk ornaat, is ernaast komen staan. Hij maakt door een armgebaar contact met het kind, dat naar hem opkijkt en iets lijkt te zeggen. Misschien is dit het moment waarop Augustinus te horen krijgt dat sommige vraagstukken onnaspeurbaar blijven, zoals dat van de Drie-eenheid. Tegenover de belezenheid van de kerkvader – zie het boek in zijn linkerhand – staat het kinderlijke spel met water oftewel de pure, onbevangen relatie tot de goddelijke schepping. Augustinus krijgt een lesje in nederigheid.

Op de achtergrond zien we een baai en een landtong. Op de golven varen twee zeilboten, een ervan met een opvallende rode baan op het zeil.

Boven het tafereel zijn fantasievolle motieven in gotische stijl aangebracht, eronder ornamentele vazen met ranken tussen gotische pinakeltjes, net als bij drie andere ramen in de kapel. Langs de onderrand is het raam gesigneerd: Jos Menke Glasmalerei Goch.

meer informatie

volgende : St Caecilia
vorige : Aloysius