Het Oude Klooster, Geffen

H. Aloysius


Plaats in de kapel: tweede raam rechts
Jos Menke Glasmalerei Goch,1929

- het verhaal

Het verhaal

Aloysius wordt als Luigi Gonzaga in 1568 geboren te Rome. Hij is de oudste zoon van Ferdinand Gonzaga, markgraaf van Castiglione in Italië. Als kind legt hij onder invloed van zijn moeder een grote vroomheid aan de dag. Hij wordt als tienjarige aan het hof van de Medici als page aangesteld. Vervolgens verblijft hij aan het hof van Philips II van Spanje.

Carolus Borromeüs (1538-1584), kardinaal van Milaan, maakt grote indruk op de jonge Aloysius, en uit diens handen ontvangt hij de eerste communie. In 1585 doet hij ten gunste van zijn broer Rudolf afstand van zijn rechten op het markgraafschap Castiglione. Tegen de wil van zijn familie treedt hij toe tot de Sociëteit van Jezus, de orde van de jezuïeten. Hij studeert filosofie en theologie.

Gedurende zijn korte leven bekommert hij zich om de zieke medemens en zorgt hij ervoor dat ook arme mensen waardig begraven worden. Als in Rome een pestepidemie uitbreekt, laat Aloysius niet na de zieken te helpen. Hij raakt zelf besmet en sterft in 1591, slechts 23 jaar oud.

De afbeelding

De jonge Aloysius knielt devoot op een kussen voor kardinaal Carolus Borromeüs. Deze reikt de heilige communie aan hem uit met zijn rechterhand, terwijl hij met zijn andere hand de hostiekelk vasthoudt. Aloysius richt zijn hoofd iets op om de hostie in ontvangst te nemen, rechtstreeks op de tong, zoals de rite voorschreef. Hij is gekleed in een blauw pagepakje met geplisseerde witte kraag, een diepviolette cape en een witte maillot – de kleding van een adellijke jongen.

De kardinaal draagt een rode soutane (lang overkleed), daaroverheen een witte superplie (koorhemd) met randversiering, daar weer overheen een rode mozetta (schoudermantel) en een stola (over het lichaam afhangende band). Rood is de kleur van kardinalen.

Achter Aloysius staat een vaas met lelietak als teken van onschuld en reinheid, achter Carolus Borromeüs een altaar met boek en brandende kaars. Beide heiligen zijn voorzien van een nimbus (lichtkrans rond het hoofd als teken van heiligheid). Drie engeltjes zijn als getuigen uit de hemel bij het gebeuren aanwezig. Boven en onder het tafereel zijn fantasievolle gotische motieven aangebracht.

De aanwezigheid van de H. Aloysius op dit raam is verklaarbaar, want de schenker is naar hem genoemd. Hij heet Aloysius Theodorus Panken en is rector van het klooster. De aanleiding voor de schenking is het vijftigjarig kloosterjubileum in 1929 van zuster M. Margaretha Bolsius, die jarenlang zijn bediende was. Panken heeft het raam zelf maar kort of helemaal niet kunnen zien, want hij overleed hetzelfde jaar.

meer informatie

volgende : Augustinus
vorige : Anna leert Maria bidden