Het Oude Klooster, Geffen

de verschijning van het Heilig Hart


Plaats in de kapel: derde raam links
Jos Menke Glasmalerei Goch,1929

Het verhaal

De verering van het Heilig Hart van Jezus vierde in de late negentiende eeuw en het begin van de twintigste eeuw hoogtij, zoals blijkt uit de talrijke Heilig-Hartbeelden die ook tegenwoordig nog in katholieke streken te vinden zijn. Ook in veel katholieke gezinnen was voor huisdevotie een Heilig-Hartbeeld aanwezig, meestal van gips.

Dat dit symbool van Jezus’ liefde en barmhartigheid destijds zo stevig verankerd raakte in het katholieke geloofsleven is door sommige historici in verband gebracht met de ‘sociale kwestie’. In reactie op het ontstaan van een arbeidersklasse met bijkomende sociale problematiek werd krachtig geappelleerd aan naastenliefde op christelijke grondslag. Men verweerde zich als het ware onder de vlag van het Heilig Hart tegen ontkerkelijking en socialisme.

De oorsprong van de verering ligt in het Franse Paray-le-Monial, waar Jezus rond 1675 verschillende malen aan de kloosterlinge Margaretha- Maria Alacoque zou zijn verschenen met de opdracht de devotie tot zijn hart te bevorderen. Halverwege de negentiende eeuw werd een kerkelijke feestdag ter ere van het Heilig Hart ingesteld.

De afbeelding

Margaretha-Maria Alacoque knielt voor een verschijning van Jezus. Zij draagt een donker habijt, dat contrasteert met haar witte hoofddoek en de rozenkrans (gebedssnoer) aan haar middel. Een nimbus (de ring van licht om het hoofd) maakt haar herkenbaar als heilige. Zij heeft haar armen geheven en haar blik is gericht op het Heilig Hart.

Het Heilig Hart is zichtbaar midden op Jezus’ borst. Het brandt van zijn liefde en wordt omringd door een doornenkroon, een verwijzing naar zijn lijden. (Men zette Jezus na zijn berechting een met doornen gevlochten kroon op het hoofd om hem bespottelijk te maken.)

De houding van Jezus is anders dan gebruikelijk bij dit onderwerp: hij wijst niet naar zijn hart, maar strekt beide handen uit om Margaretha-Maria zijn wonden te tonen. Onder zijn voeten bevinden zich wolkjes en zijn hele lichaam wordt omgeven door een stralenkrans: alles wijst op een hemelse verschijning.

Het gebeuren speelt zich af in een kapel. Op de achtergrond zien we links een deel van een altaar en rechts een gordijn met een raampje erboven.

Boven het tafereel zijn fantasievolle motieven in gotische stijl aangebracht, eronder ornamentele vazen met ranken tussen gotische pinakeltjes.

meer informatie over H. Hart-verering

volgende : Anna leert Maria bidden
vorige : het sterfbed van paus Leo XIII