Maria Magdalena
Plaats in de kerk : apsis priesterkoor, linkervenster, onder, linkerpersoon
Atelier F. Nicolas en Zonen, ca. 1910 (?)
Op het raam zijn Maria Magdalena en Elizabeth van Thüringen naast elkaar
afgebeeld.
Beide heiligen staan als levensechte sculpturen in een nis met boven hun hoofd
een rijk gedetailleerd gotisch baldakijn. Rond het hoofd hebben ze een nimbus
met versierde rand en hierboven prijkt hun naam in sierlijke gouden letters op
een roodachtige ondergrond.
Het verhaal
Over de persoon van Maria Magdalena bestaat veel verwarring. Zij was volgens het evangelie van Lucas aanwezig bij de kruisiging van Jezus en trof hem vlak na zijn verrijzenis bij het graf. Zij was daarheen gegaan om zijn lichaam te balsemen.
Deze Maria uit Magdala wordt traditioneel verward met een andere vrouw uit het Lucas-evangelie. Haar naam wordt niet genoemd, we weten slechts dat het een zondares betreft die Jezus voeten kuste en met geurige olie inwreef.
De evangelist Johannes stelt deze vrouw weer gelijk aan de zus van Marta en Lazarus: Maria uit Bethanië, die Jezus voeten inwreef met kostbare nardusolie en afdroogde met haar lange haren.
De oosterse traditie heeft de drie vrouwen consequent uit elkaar gehouden, maar in de westerse traditie worden ze als een en dezelfde persoon gezien volgens de huidige stand van de Bijbelwetenschap ten onrechte.
Het verklaart in elk geval de verschillende hoedanigheden die Maria Magdalena in de kunstgeschiedenis heeft kunnen aannemen: zij kan een voorname dame zijn, maar ook een tot inkeer gekomen zondares die enkel een sober kleed draagt of haar naaktheid bedekt met haar eigen lange haren.
De terugkerende verhalen over het zalven of balsemen verklaren dat het attribuut van de heilige bijna altijd een zalfpot is.
De afbeelding
Maria Magdalena is voorgesteld als een welgestelde dame in overeenstemming met haar veronderstelde adellijke afkomst. Zij draagt een wit onderkleed en daaroverheen een bruine mantel met een rand van goudbrokaat. De voering is zachtgroen.
De luxe van de kleding lijkt in tegenspraak met de blote voeten. Het ontbreken van schoeisel is een verwijzing naar haar boetedoening als kluizenares in de grot. Dit geldt ook voor haar bijzonder lange, loshangende haren, die tot de bovenbenen reiken.
Zij kijkt, met haar hoofd een beetje schuin, dromerig voor zich uit. In haar handen heeft zij de zalfpot.
meer informatie: