Maria Magdalena, Geffen

Elisabeth van Thüringen


Plaats in de kerk : apsis priesterkoor, linkervenster, onder, rechterpersoon
Atelier F. Nicolas en Zonen, ca 1910 (?)

Op het raam zijn Maria Magdalena en Elizabeth van Thüringen naast elkaar afgebeeld.
Beide heiligen staan als levensechte sculpturen in een nis met boven hun hoofd een rijk gedetailleerd gotisch baldakijn. Rond het hoofd hebben ze een nimbus met versierde rand en hierboven prijkt hun naam in sierlijke gouden letters op een roodachtige ondergrond.

Het verhaal

Elisabeth van Thüringen wordt geboren in 1207 als dochter van koning Andreas II van Hongarije en zijn vrouw Gertrudis. Als zij vier is, wordt zij gekoppeld aan Lodewijk, zoon van de Thüringse landgraaf, en op de Wartburg bij Eisenach samen met hem grootgebracht. In 1221 trouwen zij en er worden uit hun huwelijk drie kinderen geboren.

Tijdens de hongersnood van 1226 staat Elisabeth de armen terzijde. Hoewel Lodewijk haar de wacht aanzegt, gaat zij door met het bakken en uitdelen van broden. Op een dag komt hij haar op straat tegen en ziet dat haar schort gevuld is. Hij laat haar het schort openen, maar in plaats van broden liggen er rozen in.

Aan het huwelijk komt abrupt een eind als Lodewijk een jaar later op kruistocht aan de pest sterft. Omdat ze Lodewijk gezworen had nooit meer met een ander te trouwen, weigert ze een huwelijksaanzoek van haar zwager. Deze neemt haar haar kinderen af en ook alle bezittingen worden haar ontnomen, met inbegrip van de Wartburg.

Elisabeth wordt lid van de Derde Orde van St.-Franciscus en gaat zich bezighouden met de zorg voor zieken in het hospitaal dat ze in Marburg laat bouwen. Op 24-jarige leeftijd sterft ze. Vier jaar later wordt ze heilig verklaard en boven haar graf in Marburg verrijst een naar haar genoemde kerk. Talloze ziekenhuizen worden later naar haar genoemd.

De afbeelding

Elisabeth van Thüringen draagt een witte onderrok met bloemmotief en een paars lijfje. Daaroverheen een ruim vallende witte mantel afgezet met goudbrokaat. Opvallend zijn de wijde, witte manchetmouwen. Haar lange witte hoofddoek is over de schouders gedrapeerd.

Als koningsdochter draagt Elisabeth een kroon, die grotendeels aan het oog wordt onttrokken door een brugstaaf van het raam. Ze heeft muiltjes aan haar voeten. In haar linkerhand heeft ze een broodje (voedsel voor de armen) en in haar schoot liggen rozen (verwijzend naar het rozenwonder).

meer informatie :

volgende : verschijning van het Heilig Hart
vorige : Maria Magdalena