vormsel : Samuel zalft David
Plaats in de kerk: rechterzijbeuk; linkerdeel van venster
ontwerp : Daan Wildschut, 1952; uitvoering atelier Flos, Steijl
Het venster bestaat uit drie delen. De hoofdscène behandelt het sacrament van het vormsel met een afbeelding van de handoplegging door Petrus en Johannes. Ook de scènes aan weerszijden hiervan de zalving van David en de steniging van Stefanus verwijzen naar dit sacrament.
Het verhaal
Samuel is profeet en geestelijk leider van het Joodse volk. God draagt hem op naar Isaï (Jesse) in Bethlehem te gaan en olie mee te nemen om een van diens zonen te zalven. Het koningschap over Israël zal overgaan van koning Saul op deze zoon. Saul heeft de gunst van God verspeeld door hem niet te gehoorzamen.
Geen van de zeven aanwezige zonen van Isaï blijkt door God voorbestemd om gezalfd te worden. De jongste zoon, David, is afwezig, want die hoedt de geiten en schapen. Hij wordt gehaald en Samuël krijgt van God te horen: Hem moet je zalven. Hij is het.
Vanaf de zalving is David doordrongen van de geest van God, terwijl koning Saul wordt gekweld door een kwade geest.
De afbeelding
Met twee handen tilt Samuel zijn kruik omhoog en giet de zalfolie uit over Davids hoofd, zoals hij eerder koning Saul heeft gezalfd. David ondergaat de zalving ingetogen met de handen voor zijn borst. Het plechtige en feestelijke van het gebeuren wordt onderstreept door de kleurrijke gewaden.
meer informatie :
volgende : het vormselraam : handoplegging door Petrus en Johannes
vorige : het doopraam : de verrijzenis