St. Lambertus, Lith

bezoek van de drie magiërs


Plaats in de kerk: linkertransept, scene boven
Atelier F. Nicolas en Zonen, ontwerper : C.J. Stahl, 1907

Het ‘bezoek van de magiërs’ maakt deel uit van een raam met drie taferelen. Eronder zijn twee thematisch verwante taferelen uit het Oude Testament afgebeeld.

Het verhaal

Na de geboorte van Jezus vragen magiërs die uit het Oosten in Jeruzalem zijn aangekomen: “Waar is de pasgeboren koning van de joden? Wij hebben namelijk zijn ster zien opgaan en zijn gekomen om hem eer te bewijzen.”

Koning Herodes schrikt hiervan en vraagt aan hogepriesters en schriftgeleerden waar de Messias is geboren. (De Messias was de persoon die in de joodse verwachtingen het hemels koninkrijk op aarde zou vestigen, waarmee het einde der tijden zou zijn aangebroken.) “In Bethlehem in Judea,” luidt hun antwoord, “want zo is het voorspeld door een profeet.”

Vervolgens stuurt Herodes de magiërs naar Bethlehem. Hij zegt tegen hen: “Stel een nauwkeurig onderzoek in naar het kind. Stuur mij bericht zodra u het gevonden hebt, zodat ook ik erheen kan gaan om het te eren.”

De ster die de magiërs hadden zien opgaan, gaat hen voor en blijft uiteindelijk stilstaan boven de stal waar het kind is geboren. Ze werpen zich neer om het te eren. Daarna openen ze hun kistjes met kostbaarheden en bieden het kind geschenken aan: goud en wierook en mirre. Dat waren destijds de kostbaarste geschenken die men kende.

Nadat ze in een droom zijn gewaarschuwd om niet naar Herodes terug te gaan, reizen de magiërs via een andere route terug naar hun land, aldus het Bijbelverhaal.

De magiërs waren waarschijnlijk astronomen die de sterren bestudeerden. Later werden zij de drie koningen genoemd en als zodanig afgebeeld. Ze kregen de namen Caspar, Melchior en Balthasar.

De afbeelding

Het veelkleurige tafereel telt veel figuren en is zeer gedetailleerd uitgewerkt. Maria, Jozef en hun pasgeboren kind zijn de hoofdpersonen. Alleen zij hebben een nimbus (lichtkrans) rond het hoofd. Bij het kind is het een kruisnimbus (als vooruitwijzing naar de kruisiging). Maria heeft haar kind op schoot, Jozef blijft ietwat op de achtergrond. Hij heeft behalve een staf ook een lelietak in de hand, symbool van zuiverheid. Een lichtbundel, afkomstig van de ster die is blijven stilstaan boven de stal, valt door het kapotte rieten dak en wijst naar het kind.

De koningen zijn bij de stal gearriveerd. De grijsaard Melchior knielt eerbiedig, met de handen gevouwen. Zijn tulband en kroon heeft hij afgelegd; ze liggen voor hem op de grond. Een zwarte dienaar tilt de slippen van zijn rijkversierde mantel op. Een andere dienaar staat klaar met een geschenk voor het kind.

Balthasar nadert van links, buigt licht naar voren en lijkt met een armgebaar naar een gouden kistje te wijzen dat hij voor zich heeft neergezet, zijn geschenk. Caspar, baardeloos en met zwarte huidskleur, staat hierachter en houdt zijn geschenk nog in de hand. Buiten de stal bevinden zich begeleiders met rijdieren: links kamelen en rechts een paard.

De stal is geen gewone stal. We zien afgebrokkeld muurwerk en een klassieke zuil. Dit herinnert aan het paleis van David, dat zich te Bethlehem bevond. In diverse kunstwerken vanaf de veertiende eeuw fungeert een ruïne van dit paleis als de stal waarin Jezus wordt geboren. Via de architectuur wordt een verbinding gelegd met de oudtestamentische koning David, die volgens de Bijbel een voorvader van Jezus was.

Rond de zuil slingeren wijnranken. Ze verwijzen naar de eucharistie. De eucharistie is het sacrament waarin Christus zijn lichaam en bloed aan de Kerk geeft: onder de gedaanten van brood en wijn is hij werkelijk aanwezig tijdens de eucharistieviering.

In de stal, achter Maria, staan een os en een ezel. Deze dieren verwijzen naar een profetie in het Bijbelboek Jesaja. God waarschuwt daar het joodse volk: “Ik heb mijn kinderen opgevoed en grootgebracht, maar ze zijn tegen mij in opstand gekomen. Een rund herkent zijn meester, een ezel kent zijn voederbak, maar Israël mist elk inzicht, mijn volk leeft in onwetendheid.”

Naar aanleiding van deze tekst plaatste men de os en de ezel in de stal om ons eraan te herinneren dat beesten vaak trouwer zijn dan mensen. Men dacht echter aan nog iets anders. De os werd beschouwd als rein dier en de ezel als onrein dier. Hun aanwezigheid maakte duidelijk dat zowel het reine volk (joden/de herders) als het onreine volk (heidenen/ de magiërs) Jezus erkende als zijn nieuwe Heer.

Het tafereel wordt aan de bovenzijde afgesloten door rijke architecturale versieringen in gotische stijl. In de drie ronde vensteropeningen, helemaal boven in het venster, zijn musicerende engelen afgebeeld om de feestelijkheid van de gebeurtenis te benadrukken.

meer informatie :

volgende : Abner

vorige : doortocht door de Rode Zee