de ramen
Plaats in de kloosterkapel: in de oostmuur boven het hoofdaltaar
Firma Tepe Amsterdam, ontwerper onbekend
In de blinde muur van de kapel aan de straatkant zijn in 1931 tijdens de verbouwing van de Karmel hier in Oirschot twee spits toelopende vensters aangebracht. Deze worden uiteraard beglaasd met glas-in-loodramen. Hierdoor valt er van twee kanten licht binnen.
Deze kapelramen, in 1931 geschonken door de familie van zuster Ignatia Smits uit het klooster Karmel te s-Hertogenbosch, zijn afkomstig uit het Bosscher woonhuis van de familie Smits. De ramen zijn door de firma Tepe te Amsterdam vervaardigd.
Families van de karmelietessen hebben veel geschonken voor de inrichting van het Oirschots Karmelklooster. De communiebank in de kapel bijvoorbeeld is opgebouwd uit de voormalige trapbalustraden van het huis van de familie Smits.
De beide gebrandschilderde ramen in de kapel bestaan elk uit vijf segmenten. Vier hiervan hebben ongekleurde of enigszins getinte glasplaatjes in lood gezet. Op het middelste segment van de ramen is een musicerende engel te zien, links een mannelijke en rechts een vrouwelijke. Zij hebben de rug naar elkaar toegekeerd.
De engel links blaast op een klaroen, een trompet zonder ventiel, welke hij met
zijn rechterhand aan de mond heeft gebracht.
Hij staat in contrapost, één been draagt het volle gewicht, het andere is
ontspannen.
Deze houding geeft het beeld beweeglijkheid, samen met zijn wijduitstaande
wit-gevederde vleugels.
De gouden nimbus wijst op zijn hemelse status. Zijn
lichtgroene tuniek, met blauwe sjaalachtige ceintuur om zijn middel geknoopt,
laat zijn armen en rechter scheenbeen vrij.
Hij houdt met zijn linkerhand de slip
van zijn kledij omhoog om te verhinderen dat hij erover zou struikelen. Bij het
blazen heft hij zijn gezicht op. Zijn blonde krullige haar valt achter zijn oren tot
aan de nek. Hij is blootsvoets zoals alle engelen worden afgebeeld.
Rechts staat, eveneens op één been leunend, een vioolspelende engel.
Haar rozerode kledij laat haar onderarmen vrij; ook haar blote voeten en een
deel van haar linker onderbeen.
Een lange lichtgroene sjaal is met een losse knoop nonchalant om haar heupen
gelegd.
Ook zij draagt een gouden nimbus en haar vleugels zijn geopend.
Terwijl zij met de strijkstok over de snaren strijkt, houdt zij haar linkerwang op de
viool om deze op zijn plaats te houden bij het spelen. Haar dromerige blik lijkt het
genieten van de muziekklanken uit te drukken. Haar lange blonde lokken vallen
tot op haar rug.
meer informatie :
volgende : gevelsteen
vorige : de Heilige Non