Karmelietessenklooster Blijendaal, Oirschot

de Heilige Non


Met de heilige non wordt Maria van Valkenisse aangeduid. Zij wordt in 1605 in Antwerpen geboren als dochter van de secretaris van die stad. Op 19-jarige leeftijd treedt zij in het karmelietessenklooster te Antwerpen in, waar zij vanaf haar jonge jaren onderricht volgt. Dit is zeer gebruikelijk voor meisjes uit gegoede kringen.
De eerste twee jaren is ze nog gevormd door zuster Anna van de Heilige Bartolomeus, in wier armen de stichteres van de karmelietessen, Theresia van Avila, gestorven is.

Maria van Valkenisse valt op door haar extreme vroomheid, zo vermelden de annalen. Zij neemt als kloosternaam Margaretha ab Angelis aan, Margaretha der Engelen.

In 1644 sticht zij, onder bescherming van stadhouder Frederik Hendrik, het klooster voor karmelietessen aan de Nieuwstraat in Oirschot. Zij wordt daarvan de vicaresse, ook wel priorin genoemd.

Rond haar doen veel wonderbaarlijke verhalen de ronde. Door haar verstervingen – zich onderwerpen aan zelf opgelegde strenge beproevingen – verwerft zij een mate van heiligheid. Zij heeft de wens, dat haar lichaam na haar dood tot olie mag vergaan. Met deze olie wil zij de godslamp – de zogenoemde eeuwige vlam bij het kerkaltaar – brandend houden.

In 1654 zou zij stigmata ontvangen hebben. Dat zijn opzichtige plekken of verwondingen aan handen en voeten zoals die van Jezus Christus ten gevolge van zijn kruisiging.

Ook kent men haar voorspellende gaven toe, het overnemen van het lijden van een medemens en het gelijktijdig aanwezig zijn op twee plaatsen (bilocatie genoemd).

In 1658 sterft zij. Door omstandigheden blijft zij na haar dood langer boven aarde dan gebruikelijk is. Men wacht met haar begrafenis totdat haar broer, die ook karmeliet is, uit Engeland is overgekomen.

Na haar dood worden eveneens uitzonderlijke gebeurtenissen aan haar toegeschreven. Zij ligt vijf maanden opgebaard in de kloosterkapel. Na de eerste drie dagen doet de in die tijd beroemde Nederlandse arts Arnold Fey sectie op haar lichaam. Uit haar opgebaarde lichaam zou olie met geneeskrachtige werking vloeien.

Vanwege de grote toeloop na haar dood en de beroering die dat veroorzaakt, hebben de soldaten van de protestantse Staten van Holland haar lijk meegenomen en naar ’s-Hertogenbosch gebracht. Daar wordt het lichaam begraven in de doopkapel van de Sint-Janskathedraal.

De roem van Margaretha ab Angelis strekt zich zelfs uit tot de Franse koning Lodewijk XIV die de lichaamsolie van de heilige non wil aanwenden om zijn dochter te genezen. Dit koninklijk verzoek mondt uit in een streng onderzoek door zowel katholieke als protestantse artsen.

De grote toeloop van de katholieke gelovigen wordt niet meer gedoogd door de Staten van Holland en noopt daarom de karmelietessen in 1663 uiteindelijk te vluchten, eerst naar Mol en vervolgens naar Willebroek in de Zuidelijke Nederlanden.

In 1795 wordt een deel van de beenderen van de heilige non weer opgegraven. Een gedeelte daarvan komt in 1931 in Oirschot terecht bij het opnieuw gestichte karmelietessenklooster.

Na de opheffing van alle kloosters door Napoleon rond 1800 raken ook de relieken van de karmelietes Margaretha ab Angelis, o.a. flesjes met haar lichaamsolie, verspreid om uiteindelijk in Oirschot terug te keren.

Tot op de dag van vandaag vragen mensen om de in linnen gedrenkte olie in het vaste vertrouwen dat hun gebeden dan verhoord zullen worden.

Eind 2012 is de zaligverklaring van Margaretha ab Angelis door de bisschop van ’s-Hertogenbosch, Mgr. A.L.M. Hurkmans, in gang gezet.

meer informatie :

volgende : de ramen

vorige : Onze Lieve Vrouw van de berg Karmel