de H. Drieëenheid
Plaats in de kapel : apsis
Ontwerp en uitvoering: Jaap Min, 1953
Het verhaal
De Vader, Zoon en Heilige Geest vormen samen de goddelijke Drie-eenheid, ook wel aangeduid als Drievuldigheid. Dit christelijk dogma van de Drie-eenheid bepaalt, dat de ene goddelijke natuur is te onderscheiden (maar niet te scheiden) in drie personen die ieder dezelfde volmaaktheid bezitten.
De afbeelding
De hemel en de aarde worden verbonden door een regenboogvorm. Hierop rusten vanuit de wolken de blote (aardse) voeten van de Vader en de Zoon. Zij laten beiden de Heilige Geest in de gedaante van een witte duif op de vingertoppen van hun rechterhand rusten. Samen vormen zij een driehoek.
Rechts is de Vader gezeten; boven zijn schoot houdt zijn linkerhand een globe vast met een kruisje erop; de globe als symbool van de aarde en het kruisje als symbool van de kruisdood van de Zoon Jezus Christus, die daardoor het zielenheil van de mensheid gered heeft van het hellevuur. God de Vader wordt voorgesteld als een oude man met zijn lange, grijze baard. De lichtkrans rond zijn hoofd, de nimbus, is door een kruis ingeschreven. Zijn donkere ogen hebben een mysterieuze uitstraling.
De Zoon, Jezus, is zichtbaar een nog jonge man met lange blonde lokken en een korte baard. De dromerige blik in zijn ogen lijkt de herinnering aan zijn heftige, aardse leven weer te geven. De vage glimlach op zijn gezicht de blijheid van de redding van de mensheid door het lijden bij zijn kruisdood. Voor hem staat het houten kruis, geplant op aarde en reikend tot in de hemel. De stigmata (wonden van de spijkers) zijn duidelijk te zien in beide voeten en, hier, in zijn linkerhand die op de dwarsbalk van het kruis rust. Zijn nimbus is eveneens doorweven met een kruis.
In de top van het raam zweeft de Heilige Geest als witte duif, het hoofdje omkranst door een rood-met-gele nimbus. Zijn staart- en vleugelveren heeft hij gespreid, wat een levendige indruk geeft. Zijn kopje is neerwaarts gericht, zodat hij deel uitmaakt van het afgebeelde verhaal op het raam.
Tussen regenboog en aarde bevinden zich de hemellichamen: zon, maan en sterren. Een kleurrijkstralende zon en de maan met al zijn verschijningsvormen in één beeld gezet. Zelfs de morgenster, Venus, is zichtbaar onder de maan. De sterren, in allerlei vormen, worden door een vlecht van kleurige linten gescheiden van zon, maan en Venus, maar komen daardoor dichter bij de aarde.
De glooiingen van het landschap en de golfslag van het water vormen de basis van de afbeelding, van het verhaal. Hemel en Aarde worden en zijn in de christelijke geschiedenis met elkaar verbonden.
meer informatie :
volgende : Paulus
vorige : De kerkramen Montfortkapel