Petrus
Plaats in de kapel : apsis, rechts op het raam Paulus en Petrus
Ontwerp en uitvoering: Jaap Min, 1953
Het verhaal
Petrus heette oorspronkelijk Simon. Hij is de eerste onder de apostelen en de plaatsbekleder van Jezus na diens Hemelvaart. Deze vooraanstaande positie krijgt hij van Jezus zelf, die hem de rots noemt waarop hij zijn kerk bouwt (de naam Petrus betekent rots) en hem de sleutels van het koninkrijk van de hemel toevertrouwt. Petrus met zijn sleutels is de poortwachter van de hemel.
Geen andere apostel komt in de evangeliën zo vaak voor als Petrus. In een van de bekendste verhalen voorspelt Jezus, dat Petrus hem driemaal zal verloochenen voordat de haan heeft gekraaid. Petrus weerspreekt dit, maar de voorspelling komt uit: driemaal achtereen zegt hij zijn meester niet te kennen. Hij is vol berouw over deze leugen. De gebeurtenis gaat vooraf aan de berechting en kruisiging van Jezus.
Petrus trekt rond om de boodschap van Jezus te verkondigen en belandt zo in Rome. Daar wordt hij in het jaar 64 door keizer Nero gekruisigd, op eigen verzoek met het hoofd naar beneden. Het verhaal gaat, dat hij niet hetzelfde terechtgesteld wilde worden als Jezus, want dat zou te eervol zijn geweest. Op de plaats van zijn graf laat keizer Constantijn in 324 een basiliek bouwen. Op dezelfde plaats wordt in de 16e eeuw de St.-Pieter gebouwd. Petrus wordt door de Katholieke Kerk als de eerste paus gezien.
De afbeelding
Petrus heeft in de kunst bijna altijd hetzelfde uiterlijk: witgrijs haar, een korte krullende baard en een (bijna) kale kruin. Zo ook op dit raam. Zijn bekendste attribuut, de sleutel van de hemelpoort, houdt hij in zijn linkerhand op borsthoogte. De belangrijkheid van de sleutel wordt afgemeten aan het grote formaat ervan. Zijn rechterhand maakt het zegenende gebaar, zoals zijn leermeester Jezus Christus dat heeft gedaan.
Zichtbaar zijn de stigmata (kruisigingswonden) in deze hand en in zijn voeten. Opvallend is het ontbreken hier van het, omgekeerde, kruis, dat zijn dood markeert.
Boven in het raam is evenwel een bisschopsmantel en stola te onderscheiden. Petrus is de eerste bisschop van Rome en daarmee de eerste paus.
Zoals alle apostelen op de ramen in deze kapel is Petrus blootsvoets, een vorm van nederigheid en gekozen soberheid. Dit past bij de sobere levenswijze die Jezus hun voorhield: Neem geen geldbuidel, geen reistas en geen sandalen mee. Petrus staat standvastig, met gespreide tenen, dat wilskracht lijkt uit te drukken. Zijn aandacht is daarentegen hemelwaarts gericht als om spiritualiteit te vragen en te ontvangen. Zijn grote ogen drukken een vorm van smeekbede uit.
De vele, donkere, lood- en gebrandschilderde lijnen hebben een levendig effect op de afbeelding.
meer informatie :
volgende : Jacobus de Meerdere
vorige : Paulus