St. Petrus' Banden, Oirschot

Elizabeth van Thüringen


Plaats in de kerk: noordelijk transept
Ontwerp Henri Redig; atelier Stalins en Janssens Antwerpen; 1898/1899
Raam afkomstig uit de Sint Pieterkerk te ’s-Hertogenbosch; in 2002 gerestaureerd door glazenier Benoit Prick van atelier Joëlle d’Alsace te Lanaken (België) en vervolgens geplaatst in deze kerk.

Het verhaal

Elisabeth van Thüringen wordt geboren in 1207 als dochter van koning Andreas II van Hongarije en zijn vrouw Gertrudis. In haar vierde levensjaar wordt zij gekoppeld aan Lodewijk, zoon van de Thüringense landgraaf, en op de Wartburg bij Eisenach samen met hem grootgebracht. In 1221 trouwen zij en er worden uit hun huwelijk drie kinderen geboren.

Tijdens de hongersnood van 1226 staat Elisabeth armlastigen terzijde. Hoewel Lodewijk haar de wacht aanzegt, gaat zij door met het bakken en uitdelen van brood. Op een dag komt hij haar op straat tegen en ziet dat haar schort gevuld is. Hij laat haar het schort openen, maar in plaats van broden liggen er rozen in.

Aan het huwelijk komt abrupt een eind als Lodewijk een jaar later op kruistocht aan de pest sterft. Omdat ze Lodewijk gezworen had nooit meer met een ander te trouwen, weigert ze een huwelijksaanzoek van haar zwager. Deze neemt haar kinderen af en ook alle bezittingen worden haar ontnomen, met inbegrip van de Wartburg.

Elisabeth wordt lid van de Derde Orde van Sint Franciscus en houdt zich bezig met de zorg voor zieken in het hospitaal dat ze in Marburg laat bouwen. Op 24-jarige leeftijd sterft ze. Vier jaar later wordt ze heilig verklaard en boven haar graf in Marburg wordt een naar haar genoemde kerk gebouwd. Talloze ziekenhuizen worden later naar haar genoemd.

Opgemerkt moet worden, dat de echtgenoot van Elisabeth van Thüringen Lodewijk is genaamd. Hij is niet dezelfde als Koning Lodewijk op het andere raam. Zij zijn wel tijdgenoten van elkaar.

De afbeelding

SANCTA ELISABETH ADIUTRIX PAUPERUM staat te lezen onder de afbeelding zelf. Heilige Elisabeth helpster van de armen.

Vanaf het bordes voor haar woning reikt zij een rode-met-gele-voering fluwelen mantel uit aan een meisje dat door haar moeder wordt omvat. Deze knielt op de blauwe loper die op de trappen uitgelegd is. Zij steekt haar linkerhand uit om de mantel in ontvangst te nemen.

Links van haar staat een andere moeder met een schaars geklede peuter in haar armen. Zijzelf ziet er bleek en hongerig uit. Op de voorgrond links staat een goedgeklede man die leunt op zijn stok. Zijn blauwe hoofddeksel houdt hij in zijn hand en staat onderdanig naar Elisabeth te staren. De andere aanwezigen voor de bordestrappen zien er niet behoeftig uit; zij kunnen toevallige passanten zijn. Vooraan, naast Elisabeth, staat een jonge, blondgelokte page in blauw en rood gekleed.

Over zijn armen zijn kledingstukken gedrapeerd. Twee hofdames, in voorname kledij, slaan de uitdeling van de goederen aan de armen gade. Ook zij hebben 42 kledingstukken en manden met spijzen in de armen.

De uitgestrekte arm van Elisabeth verbindt de twee delen van het tafereel: de goedgeefse welgestelde die zich bekommert om de behoeftige medemens. De verdeling van de kleuren geel en rood zijn evenwichtig aangebracht op het raam. De diagonale lijn die zij vormen op het raam, zorgt voor een totale kijk op het tafereel.

De achtergrond van het gebeuren is geheel in stijl met die van het Lodewijkraam, ook hier dus byzantijns. Onder de bogen is echter een West-Europees kerkgebouw zichtbaar.

meer informatie :

vorige : de Heilige Lodewijk