St. Petrus' Banden, Oirschot

Kroning van Maria


Plaats in de kerk: zuidelijk transept
Ontwerp en uitvoering Cornelis van Straaten, Utrecht, 1936 In 1953 verplaatst van noord- naar zuidtransept.

Het verhaal

De kroning van Maria is haar ultieme verheerlijking als hemelse koningin. In de christelijke kunst volgt de kroning niet zelden in een verhalende reeks op de dood en tenhemelopneming van Maria. Het verhaal is ‘apocrief’, hetgeen wil zeggen dat het niet tot de canon van de Bijbel behoort. Toch is het verankerd in de traditie van de Katholieke Kerk en al vanaf de middeleeuwen een onderwerp in de beeldende kunst.

De afbeelding

Te midden van een groot aantal personen valt de blik op de diagonale lijn van de blauwe mantel van Maria. Zij is de hoofdpersoon in dit gebeuren. Iedereen kijkt naar Maria die geknield ligt voor de goddelijke Drie-eenheid.

Links zit God de Vader, in paarse kledij met daarover een bruin overkleed; zijn baard is wit en hij is blootshoofds. Hij heft zijn rechterarm met uitgestoken wijsvinger, alsof hij zijn woorden wil benadrukken. Aan zijn linkerhand is Jezus gezeten, eveneens in paarse kledij gestoken. Hij gaat zijn moeder Maria de gouden kroon op het hoofd zetten.

Boven Jezus zweeft de Heilige Geest in de gedaante van een helder licht uitstralende witte duif. Boven dit tafereel, over de hele breedte van het raam, klinkt bazuingeschal van engelen die vanuit de hemel neerkijken.

Op het linker bovendeel van het raam slaat een knielende bisschop, de handen gevouwen, de kroning gade. Hij wordt geflankeerd door twee heilige vrouwen, in groen en rood gekleed, en op de achtergrond is een franciscaner monnik te zien. De opgeheven armen van de andere vier toeschouwers, de meeste op de rug gezien, tonen dat zij onder de indruk zijn van het gebeuren. De nimbus rond hun hoofd geeft aan, dat het heiligen betreft. Het zouden de vier evangelisten kunnen zijn, Marcus, Lucas, Matteüs en Johannes. Zij hebben het leven van Jezus op schrift gesteld.

Dat de bisschop als enige niet-heilige afgebeeld is hier, kan erop duiden, dat hij de opdrachtgever, of de schenker van het raam is. Het is plausibel dat het Mgr. Arnold Frans Diepen (1860-1943) betreft. Hij is bisschop van het Bisdom ’s-Hertogenbosch van 1919 tot 1943. Zijn bisschoppelijke wapenspreuk Ad Jesum per Mariam, Latijn voor Tot Jezus via Maria versterkt het vermoeden. Evenals het voorkomen van de Benedictijner monnik, de patroonheilige van de bisschop.

meer informatie :

volgende : de Heilige Lodewijk

vorige : de kruisiging van Petrus