geboorte van Jezus
Plaats : linker transept
Ontwerp: Charles Eyck; uitvoering: René Smeets
1941-1948
Het verhaal
Jozef reist met zijn zwangere vrouw Maria vanuit Nazareth naar Bethlehem, omdat hij zich volgens een besluit van keizer Augustus moet laten registreren in zijn geboorteplaats. In Bethlehem blijkt in de herberg geen plaats voor hen en daarom bevalt Maria in een stal van haar kind.
In de omgeving bevinden zich herders, die in de nachtelijke uren waken bij hun kudde op het veld. Zij worden bezocht door een engel Gods en schrikken hevig. Maar de engel blijkt gekomen om het goede nieuws te brengen dat in de 'stad van David' een redder is geboren, door God gezonden met een hoopvolle boodschap voor de mensheid. Volgens de engel zullen de herders het pasgeboren kind vinden gewikkeld in doeken en liggend in een kribbe. Zij spoeden zich naar Bethlehem en vinden daar Maria, Jozef en het kind, zoals de engel heeft gezegd. Zij vertellen wat hun is overkomen en iedereen die het hoort is verwonderd. Na acht dagen, bij zijn besnijdenis, krijgt het kind de naam Jezus.
De afbeelding
De hoofdpersonen in het verhaal, moeder Maria, haar kind Jezus en vader Jozef, zijn niet centraal geplaatst in de afbeelding. Toch wordt de blik door de uitdrukkelijke aanwezigheid van het goudgeel getrokken naar het tafereel van het kindje in de kribbe met de in aanbidding geknielde ouders. Bovendien, omdat het raam zich hoog in het transept bevindt, valt het oog direct op de kribbe. Uiteraard dwaalt de blik verder naar omhoog waar de stralen van de goudgele ster de ogen terug verwijzen naar het centrale thema van het verhaal: de geboren Jezus.
In het onderkomen, een stal, zijn zeven herders te tellen, herkenbaar aan de lange wandelstaf, hun warme kledij en hun kudde schapen die meegekomen is. De os, thuis in zijn eigen stal, en de ezel, waarmee Maria en Jozef reizen, liggen onverstoorbaar in het stro op de achtergrond. Jozef heft zijn rechterhand op om de drukte van de toestroom van de herders te bedaren. Het kindje zwaait beweeglijk zijn armpjes heen en weer. De herder links lijkt van het lammetje op zijn schouders afscheid te nemen, voordat het geschonken wordt aan de nieuwgeborene.
Buiten is de lucht boven de stal bevolkt met vijf engelen, ingetogen blij. De middelste laat een lang banier uitwaaieren waarop te lezen staat: GLORIA IN EXCELSIS DEO. Het betekent: Ere zij God in de Hoge (hemel).
Onderaan in het beeld houden twee personen een banier vast, waarop staat LUCAS 2: 8-18, een verwijzing naar de Bijbel. De twee zouden de patroonheiligen Andreas en Antonius van Padua kunnen voorstellen.
De paarsblauwe achtergrondkleur van het raam houdt het licht van de buitenwereld tegen. Het effect is dat alle aandacht uitgaat naar het beeldgegeven verhaal.
meer informatie :
volgende : de verrijzenis
vorige : de patroonheilige van de kerk