St.Luciakerk Ravenstein

het Kruisoffer


Plaats in de kerk: rechts in het priesterkoor
C. Bellot, 1929

Dit raam is typologisch verbonden met het raam ertegenover: het offer van Isaac. Een typologie is een parallel tussen het Oude en het Nieuwe Testament. Het offer van Isaac is een bekende oudtestamentische voorafbeelding van het kruisoffer van Jezus Christus.

Het verhaal

Jezus wordt aangeklaagd wegens godslastering en ondermijning van het joodse religieuze gezag. Hij zou zich voor koning der joden hebben uitgegeven. De Romeinse stadhouder Pontius Pilatus, die in Jeruzalem is voor de joodse feestdag Pesach en over hem moet oordelen, ziet niet in wat Jezus verkeerd heeft gedaan en wil hem laten gaan. Maar het toegestroomde volk, onder invloed van hun geestelijke leiders, roept om zijn dood en krijgt ten slotte zijn zin.

Het schijnproces moet verhinderen dat het joodse volk in opstand komt tegen de Romeinse overheersing. Jezus wordt veroordeeld tot de dood aan het kruis, een gruwelijke en zeer oneervolle wijze om te sterven, ‘voorbehouden’ aan niet-Romeinen. Het vonnis wordt voltrokken op de berg Golgota, vlakbij Jeruzalem.

In het christendom is de kruisiging een zeer belangrijk motief. Door zich te laten kruisigen, maakt Christus het mogelijk dat de mens wordt verlost van de erfzonde en alle persoonlijke zonden, en dat de hemel toegankelijk wordt voor wie in God gelooft. Het offer van Christus’ lichaam en bloed wordt in de Katholieke Kerk herdacht in de eucharistie, het altaarsacrament waarbij brood en wijn volgens de leer van de Kerk veranderen in het lichaam en bloed van Christus. Dit wordt de transsubstantiatie genoemd.

De afbeelding

Met grote spijkers door handen en voeten is Jezus vastgenageld aan een houten paal met dwarsbalk. Hij is slechts gekleed in een lendendoek. Zijn borstkas is goed zichtbaar door de hangende houding. De doodsstrijd heeft sporen nagelaten op zijn gezicht. Om zijn hoofd verschijnt een kruisnimbus (stralenkrans met daarin een kruis).

Volgens het Bijbelverhaal zijn Maria, zijn moeder, en Johannes, zijn jongste volgeling, aanwezig bij de dood van Jezus. Hier staan zij aan weerszijden van het kruis. Maria staat rechts in beeld (aan de linkerhand van Jezus), gekleed in een blauwe mantel en met een witte sluier over het hoofd. De plaats van Maria onder het kruis wijkt af van de gangbare beeldtraditie, want meestal staat zij aan de andere kant. Haar gezicht is getekend door diepe smart. Johannes draagt een groene mantel over een oranjebruin onderkleed. Hij heeft zijn handen samengevouwen en zijn ogen zijn opengesperd.

Maria en Johannes kijken naar het bloed dat in een brede straal uit Jezus’ zijdewond stroomt, rechtstreeks in een miskelk, die door een priester omhoog wordt gehouden. De priester, in rode kazuifel met ingeweven blauwpaars kruis, knielt voor een altaar met daarop brandende kaarsen, een missaal en – nog juist zichtbaar – een mandje met brood.

De kunstenaar heeft de liturgische betekenis van het evangelieverhaal benadrukt. Het kruisoffer wordt vernieuwd in de eucharistie oftewel het altaarsacrament. Zoals daarbij de wijn verandert in het bloed van Jezus Christus, zo verandert het brood (hostie) in zijn lichaam. Dit wordt de transsubstantiatie genoemd (het overgaan van de ene substantie in de andere). Christus is door de transsubstantiatie op het altaar aanwezig.

Onderaan in het midden zijn de volgende Latijnse woorden uit het Bijbelboek Hebreeën te lezen: ‘Nunc [Tunc] dixi ecce venio’ (Toen heb ik gezegd: hier ben ik). Hiernaast staat nog een tekst, eveneens uit het boek Hebreeën: ‘Una oblatione consummavit in aeternum sanctificatos’ (Door deze ene offergave heeft hij hen die geheiligd zijn voor eeuwig tot volmaaktheid gebracht).

Boven de gekruisigde zweeft de Heilige Geest in de gedaante van een witte duif. De kruisiging komt immers voort uit het vergevingsplan van de Heilige Geest, die één is met God de Vader en de Zoon (Drie-eenheid). In de krans van licht, die de duif omgeeft, zijn zeven ‘vurige tongen’ opgenomen oftewel de zeven gaven van de Heilige Geest: wijsheid, verstand, inzicht, sterkte, kennis, ontzag en liefde voor Gods naam. Dankzij de verlossing van het kruis is het voor de Heilige Geest mogelijk ons de zeven gaven te schenken.

Bovenin is nog een tafereel te zien: twee wenende engelen die elkaar omarmen. In hun nimbussen lezen we ‘misericordia’ (mededogen, barmhartigheid).

De voorstelling wordt begrensd door een brede veelkleurige rand van geometrische motieven.

volgende : Petrus Canisius

vorige : het offer van Isaac

meer informatie :