klooster Bethlehem, Haren

geboorte van Jezus


Plaats in de kapel: apsis priesterkoor midden
Atelier F. Nicolas en Zonen, ca. 1912

Het verhaal

Jozef reist met zijn zwangere vrouw Maria vanuit Nazareth naar Bethlehem, omdat hij zich volgens een besluit van keizer Augustus moet laten registreren in de plaats waar hij vandaan komt. In Bethlehem blijkt in de herberg geen plaats voor hen en daarom bevalt Maria in een stal van haar kind.

In de omgeving bevinden zich herders, die in de nachtelijke uren waken bij hun kudde op het veld. Zij worden bezocht door een engel Gods en schrikken hevig. Maar de engel blijkt gekomen om het goede nieuws te brengen dat in de ‘stad van David’ een redder is geboren, de Messias (heilsprofeet). Volgens de engel zullen zij het pasgeboren kind vinden gewikkeld in doeken en liggend in een kribbe.

De herders spoeden zich naar Bethlehem en vinden daar Maria, Jozef en het kind, zoals de engel heeft gezegd. Zij vertellen wat hun is overkomen en iedereen die het hoort is verwonderd. Na acht dagen, bij zijn besnijdenis, krijgt het kind de naam Jezus.

De afbeelding

Op dit raam is een van de bekendste gebeurtenissen van de christelijke heilsleer voorgesteld: de geboorte van Jezus in een stal te Betlehem. Links de hoofdpersonen: het kind Jezus met zijn ouders Maria en Jozef. Rechts drie herders, die op bezoek komen.

Maria toont liefdevol haar in een doek gewikkelde baby, die in een kribbe ligt. Zij draagt een blauw onderkleed met daaroverheen een witte mantel en een witte sluier. Haar lange haren zijn blond. Haar uiterlijke verschijning is geheel in overeenstemming met het visioen dat Birgitta van Zweden in de veertiende eeuw tijdens een verblijf in Betlehem kreeg. Zij schrijft over de witte mantel die Maria omhulde en over haar lange blonde haren. De kleuren zijn symbolisch: blauw en wit staan beide voor zuiverheid.

Achter Maria staat Jozef. Hij is aanzienlijk ouder dan zijn verloofde en leunt op een houten staf. Volgens de legende was Jozef al een oude man toen hij werd uitgekozen als toekomstige echtgenoot voor Maria. Allen hebben een nimbus rond het hoofd als teken van heiligheid.

Drie herders zijn gekomen om het pasgeboren kind te zien. Zij hebben niet tot de volgende dag gewacht, wat te zien is aan de nachtelijke hemel met sterren. De oudste van de drie toont zijn eerbied door te knielen en zijn hoed af te nemen. De andere twee herders, die achter hem staan, zijn aanmerkelijk jonger en een van hen is zelfs nog een kind. De achterste is een jongvolwassene. Hij heeft een lam als geschenk bij zich. Dit dier is te interpreteren als het Lam Gods, een beeld van Jezus die door zich te laten kruisigen een offer brengt voor de mensheid (lammeren waren offerdieren).

Uiteraard ontbreken de os en de ezel niet; ze staan links achter een laag muurtje. De grijze oren van de ezel zijn nog net zichtbaar. De beide dieren verwijzen naar een profetie in het Bijbelboek Jesaja. God waarschuwt daar het joodse volk: “Ik heb mijn kinderen opgevoed en grootgebracht, maar ze zijn tegen mij in opstand gekomen. Een rund herkent zijn meester, een ezel kent zijn voederbak, maar Israël mist elk inzicht, mijn volk leeft in onwetendheid.”

Men dacht aan nog iets anders. De os werd beschouwd als een rein dier en de ezel als onrein. Hun aanwezigheid maakte duidelijk dat zowel het reine volk (joden/de herders) als het onreine volk (heidenen/de magiërs) Jezus erkende als zijn nieuwe Heer.

Rechts op de achtergrond zijn een afgebrokkelde muur en twee klassieke zuilen afgebeeld. Het is de ruïne van het paleis van koning David, dat zich in Bethlehem bevond. Volgens het evangelie van Matteüs was David een voorvader van Jezus. Op diverse kunstwerken vanaf de veertiende eeuw wordt dit motief daarom toegevoegd aan de geboortescène. Het oude en nieuwe testament worden zo met elkaar in verband gebracht.

meer informatie :

volgende : de verschijning van Jezus aan Antonius
vorige : Franciscus