St.Sebastianuskerk Herpen

geboorte van Jezus


Plaats in de kerk: priesterkoor, apsis, linkervenster
F. Nicolas & Zonen, 1908

Het raam combineert twee taferelen: de ‘Geboorte van Jezus’ (boven) en ‘Mozes in het biezen mandje’ (onder). Een dergelijke combinatie wordt een typologie genoemd. Daarbij wordt een gegeven uit het Oude Testament als voorafbeelding beschouwd van een verwant gegeven uit het Nieuwe Testament.

Het verhaal

Jozef reist met zijn zwangere vrouw Maria vanuit Nazareth naar Bethlehem, omdat hij zich volgens een besluit van keizer Augustus moet laten registreren in de plaats waar hij geboren is. In Bethlehem blijkt in de herberg geen plaats voor hen en daarom bevalt Maria in een stal van haar kind.

In de omgeving bevinden zich herders, die in de nachtelijke uren waken bij hun kudde op het veld. Zij worden bezocht door een engel Gods en schrikken hevig. Maar de engel blijkt gekomen om het goede nieuws te brengen dat in de ‘stad van David’ een redder is geboren, door God gezonden met een hoopvolle boodschap voor de mensheid.

Volgens de engel zullen de herders het pasgeboren kind vinden gewikkeld in doeken en liggend in een kribbe (voederbak). Zij spoeden zich naar Bethlehem en vinden daar Maria, Jozef en het kind, zoals de engel heeft gezegd. Zij vertellen wat hun is overkomen en iedereen die het hoort is verwonderd.

Na acht dagen, bij zijn besnijdenis, krijgt het kind de naam Jezus, zoals de engel had gezegd die de geboorte negen maanden daarvoor aankondigde.

De afbeelding

Op het stro in een kribbe ligt de pasgeboren Jezus. Trots toont de jonge moeder Maria hem aan de drie bezoekende herders. De voorste herder leunt op één knie iets naar voren om het kind goed te kunnen zien. De oudste herder heeft een lammetje in zijn armen dat hij namens hen drieën zal aanbieden. De jongste houdt met beide handen een herdersschop op een lange stok vast en kijkt vol aandacht naar het kind in de kribbe.

Achter Maria staat Jozef, haar echtgenoot, met in zijn ene hand een lantaarn om bij te lichten. In zijn andere hand heeft hij een staf. Zowel Maria, Jozef als Jezus hebben een nimbus (stralenkrans, kenmerkend voor heiligen) om het hoofd. Dit geldt ook voor de engel die, met de handen gevouwen, boven de scène zweeft.

Bij Jezus is in de nimbus een rood kruis aangebracht als teken van zijn latere lijden en sterven aan het kruis.

Van achter een gevlochten afscheiding kijken de os en de ezel toe, twee dieren die zelden ontbreken bij de kerstscène. Zij verwijzen naar een profetie in het Bijbelboek Jesaja. God waarschuwt daar het joodse volk: ‘Ik heb mijn kinderen opgevoed en grootgebracht, maar ze zijn tegen mij in opstand gekomen. Een rund herkent zijn meester, een ezel kent zijn voederbak, maar Israël mist elk inzicht, mijn volk leeft in onwetendheid.’ Naar aanleiding van deze tekst plaatste men de os en de ezel bij de kribbe om ons eraan te herinneren dat beesten vaak trouwer zijn dan mensen.

Men dacht aan nog iets anders: de os werd beschouwd als een rein dier en de ezel als onrein. Hun aanwezigheid maakte duidelijk dat zowel het reine volk (joden/de herders) als het onreine volk (heidenen/de magiërs) Jezus erkende als zijn nieuwe Heer.

De stal van Bethlehem zou gesitueerd zijn in een ruïne van het paleis van koning David, een voorvader van Jezus. Daarom is op de achtergrond een ruïne te zien. Deze heeft romaanse rondbogen, een beeld van het Oude Testament (gotische stijlelementen symboliseren doorgaans het Nieuwe Testament).

Zoals gebruikelijk bij neogotische kerkramen zijn de taferelen gecombineerd met architectonische motieven, geïnspireerd door de gotiek. Deze zijn hier zeer weelderig, onder meer door allerlei florale toevoegingen, waaronder zonnebloemen als symbool van Christus, ‘de nieuwe onoverwinnelijke zon’. Te midden hiervan verschijnt een engel die een banderol draagt met daarop de Latijnse tekst: ‘Gloria in excelsis Deo’ (Eer aan God in de hemel).

meer informatie :

volgende : Mozes in een biezen mandje

vorige : dGeboorte van Jezus