Norbertusvan Xanten
Plaats in de kerk: : apsis priesterkoor, middenvenster boven
Atelier F. Nicolas en Zonen, 1902
Zoals beschreven bij Geschiedenis van de kerk, bezitten de norbertijnen van de abdij van Berne in Heeswijk vanaf de vroege zeventiende eeuw het patronaatsrecht (recht om de pastoor te benoemen) over de St.-Remigiuskerk. De bouwpastoor van de huidige, in 1902 voltooide kerk is de norbertijn H. van den Berg. Een en ander verklaart waarom het centrale apsisraam is gereserveerd voor Norbertus van Xanten (bovenzone) en de norbertijner heiligen Adrianus Janszen en Jacobus Lacops (benedenzone).
Het verhaal
Rond 1082 wordt Norbertus als heer van Gennep geboren. Hij begint zijn kerkelijke loopbaan als weinig voorbeeldig diaken en kanunnik, verbonden aan het kapittel van de St.-Victorsdom in het Duitse Xanten. Als hij tijdens een zwaar onweer van zijn paard wordt geworpen (vergelijk de bekering van Saulus in de Bijbel) en op het nippertje aan de dood ontsnapt, komt hij tot inkeer en sluit zich aan bij een kluizenaar. Later trekt hij rond als boeteprediker.
Norbertus is de stichter van de kloosterorde van de norbertijnen, ook wel witheren genoemd, naar hun witte kleding. Een andere benaming is premonstratenzers, naar de abdij van Prémontré in Noord-Frankrijk, waar Norbertus in 1120 het eerste norbertijnenklooster sticht. Maria zou aan hem zijn verschenen om de weide te tonen (pré montré) waar het klooster gebouwd moest worden.
Norbertus krijgt in 1124 opdracht van de paus de ketterij van Tanchelm te bestrijden. Tanchelm had geageerd tegen misstanden in de Kerk en zelf de communie uitgedeeld. Hij werd in 1115 door een priester vermoord, maar zijn gedachtegoed leefde voort. Tegenwoordig wordt er minder negatief over hem geoordeeld en sommigen beschouwen hem zelfs als vroege voorloper van Maarten Luther en andere protestantse hervormers.
Van 1126 tot zijn dood in 1134 is Norbertus aartsbisschop van Magdeburg in Duitsland. In 1582 wordt hij heilig verklaard.
De afbeelding
Norbertus is gekleed in een witte kazuifel en een wit onderkleed, beide verrijkt met goudbrokaat (wit is de kleur van de orde der norbertijnen). Bovendien draagt hij het pallium (van de schouders afhangende band met zes kruisjes) en de manipel (doek over de linker onderarm, oorspronkelijk een zweetdoek). Door de kruinschering vormt zijn weelderige haar een krans rond het hoofd. Zijn nimbus (stralenkrans rond het hoofd als kenmerk van heiligen) heeft een opvallende rode kleur.
Hij staat in een landschap met op de achtergrond een abdij. In de rechterhand heeft hij een monstrans, een houder van edelmetaal waarin de geconsacreerde hostie (het lichaam van Christus) wordt getoond. De monstrans is zijn vaste attribuut, omdat hij de waardigheid van de eucharistie verdedigde. Zijn linkerarm omklemt een boek en een staf. Op de rode omslag van het boek staat: Regula St. Augustin (Regel H. Augustinus) dit is de kloosterregel die de norbertijnen volgen. De staf eindigt in een kruis met twee dwarsbalken, een zogenoemd patriarchaal kruis, dat een attribuut van aartsbisschoppen is. Norbertus was immers in 1126 tot aartsbisschop van Magdeburg gewijd. De kortere, bovenste dwarsbalk is voortgekomen uit het opschrift INRI op het Latijnse kruis.
Norbertus lijkt omlaag te kijken, waar de overwonnen Tanchelm aan zijn voeten ligt. Tanchelm grijpt met één hand vertwijfeld naar zijn hoofd, in de andere heeft hij een van zijn geschriften. Op de voorgrond ligt een hostiekelk die uit zijn handen is gevallen. De symboliek is duidelijk: Norbertus heeft de hostieschender, die met zijn volgelingen buiten de Kerk om de eucharistie vierde, definitief het zwijgen opgelegd de kerkorde is hersteld.
Links naast Norbertus staat een engeltje dat Norbertus mijter op een kussen draagt en zijn blik naar hem richt. In de kunst vanaf de zeventiende eeuw is dit engeltje met de mijter een regelmatig terugkerende begeleider van Norbertus. Moeilijk te identificeren zijn de twee heiligen aan weerszijden van Norbertus.
De mannelijke heilige is gezien de witte dracht wellicht een norbertijn, maar heeft geen attribuut waaraan we hem gemakkelijk kunnen herkennen. Waarschijnlijk is de staf die hij draagt een abtsstaf.
De vrouwelijke heilige is misschien Clara van Assisi (ca. 1194-1253). Een reden om haar hier af te beelden kan haar ontzag voor de eucharistie zijn; vaak zien we haar net als Norbertus met een monstrans. De vrouw zou echter ook Juliana van Cornillon (1192-1258) kunnen zijn, die een bijzondere verering voor de eucharistie aan de dag legt en op kunstwerken soms in gezelschap van Norbertus verkeert.
De page rechts op de voorgrond heeft een schaal met een brood in zijn handen. Dit attribuut zou bij Clara kunnen horen, want zij zegende een brood, waarna er door een wonder genoeg te eten was voor een groot gezelschap. Het brood kan echter ook met Norbertus in verband worden gebracht. Incidenteel staat er een mand met broden naast hem om duidelijk te maken hoe vrijgevig hij was.
meer informatie :
- wikipedia
- heiligen.net
- rkk.nl
- wikipedia over Norbertijnen
- website Abdij van Berne
- wikipedia over Tanchelmus
volgende : Adrianus Janszen
vorige : Thomas van Aquino