de martelaren van Gorcum
Plaats in de kerk: rechterzijde
Piet Koppens, 1946
Het verhaal
De negentien martelaren van Gorcum worden zo genoemd, omdat de meesten van hen bij de verovering van Gorinchem in 1572 gevangen zijn genomen. Zij zijn geestelijken die worden vernederd, gemarteld en uiteindelijk opgehangen door de geuzen, calvinistische opstandelingen die een eind willen maken aan de Spaanse overheersing en daarnaast het katholicisme met geweld bestrijden. De geuzenleider is Willem Lumey.
In gevangenschap worden de priesters mishandeld met de bedoeling hen het geloof in de eucharistie te laten afzweren. De haat neemt met de dag toe en ook het volk roert zich. Uiteindelijk worden de gevangenen overgebracht naar Brielle (Den Briel), waar de geuzen hun hoofdkwartier hebben. Willem van Oranje gelast hun vrijlating, maar Lumey gaat er niet op in.
De gevangenen worden aan een publiek verhoor onderworpen, waarin ze ondanks intimidaties hun geloof krachtig blijven verdedigen. Hierop volgt het doodvonnis. In een turfschuur worden de negentien mannen opgehangen. Hun heiligverklaring volgt pas in 1867.
De afbeelding
Van de negentien martelaren van Gorcum zijn er vijf voorgesteld. Op de voorgrond maakt een geharnaste soldaat aanstalten een van hen de strop om te doen. Deze martelaar, die geknield op de grond zit, is met zijn rug naar ons toe gekeerd.
Achter de soldaat ligt een trom. Door hierop te roffelen, kan hij zijn komst aankondigen. De mensen stromen dan nieuwsgierig toe.
Van de vier staande martelaren zijn er drie goed zichtbaar. Van de vierde, die achter de anderen staat, zien we slechts een klein deel van zijn kruin en nimbus (lichtkrans om het hoofd). De mannen, wier gezichten op portretten lijken, zijn zo te zien nog niet opgehangen. Hoewel de touwen boven hun hoofden aan de balk zijn bevestigd, is bij geen van hen een strop om de nek waar te nemen.
De martelaren behoren tot verschillende kloosterorden. Aan het witte habijt herkennen we de norbertijnen, aan het bruine habijt de minderbroeders franciscanen.
Boven in het raam straalt een monstrans. Dat is een gouden of zilveren houder waarin het Allerheiligste (het lichaam van Christus in de vorm van de geconsacreerde hostie) ter aanbidding wordt getoond (het Latijnse monstrare betekent tonen). De monstrans staat hier symbool voor de transsubstantiatie, de verandering van brood in het lichaam van Christus, en de verandering van wijn in zijn bloed. Dit essentiële geloofpunt van de Katholieke Kerk bleven de martelaren van Gorcum tot het eind toe verdedigen tegenover de protestanten.
Onderaan staat te lezen: Decora[vi]sti martyrum Gorcomiensium gloriosum certamen Aetern[it]atis laurea (Gij hebt de glorieuze strijd van de martelaren van Gorcum bekroond met de lauwerkrans van de eeuwigheid).
Het tafereel wordt omgeven door witte en lichtgele glasruitjes in rechthoekvorm.
volgende : Gregorius de Grote
vorige : Jozef